Enige tijd geleden schreef ik over de harpluit. Inmiddels heb ik achterhaald hoe Manuel de Falla met dit instrument in aanraking is gekomen. In 1920 schreef hij een stuk voor gitaar, opgedragen aan de in 1918 overleden Debussy. Door zijn verhuizing naar Granada was hij bevriend geraakt met de gitarist Ángel Barrios. Hij maakte zich vertrouwd met het instrument en componeerde ervoor. Er was echter in Parijs geen gitarist te vinden die het stuk kon spelen. Henri Prunière, directeur van La Revue Musicale, stelde Falla toen voor dat Madame Henri Casadesus het zou spelen op de harpe-luth Lyon, die wat klank betreft dichterbij de gitaar dan de harp lag. Dat gebeurde inderdaad, maar niet dan nadat Falla de pianotranscriptie had opgestuurd om het spelen te vergemakkelijken. Hier de interpretatie van Julian Bream.
23 juli 2009
01 april 2009
Marionettenmeester Lanz maakt prachtige voorstelling van El retablo de Maese Pedro (Manuel de Falla)
De poppenkast aan het eind van de voorstelling, als Don Quichot -rechts - de kast met zijn zwaard heeft vernield. In het midden Maese PedroDe voorstelling was aangekondigd als kindervoorstelling. De zaal was voor meer dan de helft bezet door kinderen tussen 8 en 12 jaar schat ik. Ze hadden kussens meegekregen om wat hoger te zitten. We hadden kinderen links, rechts en voor ons. Die rechts zaten meer onder de stoel dan erop. De kinderen voor ons hadden geen kussens dus die zaten op de rand van de niet neergeklapte stoelen. Hun ouders kregen ze niet naar beneden. De muziek begon en er waren nog geen marionetten te zien. Het jongetje rechts (nu wel op zijn stoel) fluisterde naar zijn moeder: Alleen muziek. Maar toen kwamen de beloofde marionetten. Ze waren zo groot dat de kinderen voor ons ook op hun stoel gingen zitten. De aanwijzingen van Falla getrouw waren voor Sancho Panza en Don Quichot grote marionetten gemaakt. Maar echt groot, ik denk wel vier meter (gigantes op zijn Spaans). De verrassing was dat ze ook bewogen als echte reuzenmarionetten. De verteller bewoog ook zijn hoofd naar de poppenkast. De poppenkast (het is dus een opera met een poppenkast in een marionettentheater) was met zogenaamde handpoppen gedaan.
Begin van de voorstelling met in de kast koning Charlemagne en in het midden de verteller.Een vondst was dat Maese Pedro, de poppenmeester, ook een gigant, af en toe zijn enorme kop door de poppenkast stak. In de opera moet hij de verteller namelijk af en toe tot de orde roepen. De handpoppen waren prachtig uitgevoerd en het was echt een poppenkastspel met de Moor (die Melisendra belaagt en ten slotte op de mond kust) als kwade geest met een (houten) tong uit de mond.
Don Roeland (links) en Don Gayferos (rechts) en twee herauten. Gayferos gaat zijn vrouw Melisendra van de Moren bevrijden en leent daartoe het zwaard van Don Roeland.
De Moor die voor zijn wandaad wordt gestraft, temidden van andere Moren. Om de Moor, uitgevoerd als handpop, is de (marionetten)hand van Maese Pedro te zien.
26 maart 2009
Alim Qasımov - Sarı Gəlin - yellow bride
Hier is Quasimov met zijn dochter Fargana, tot mijn verbazing met het Hilliard Ensemble. Dat zijn de vier heren op en bij het bankje. Ik hoor ook nog een boventoonzanger (dat is zo'n diepe basstem die als resonantie hoge tonen maakt).
Leyli and Mejnun. Mugham-Opera.
De bekende cellist Yo-Yo Ma en het Silk Road Ensemble reizen momenteel door de Verenigde Staten met een nieuw programma. In het najaar komen ze naar Europa om op diverse festivals te spelen. Eén van de highlights is een adaptatie van een opera uit Azerbeidzjan die is gebaseerd op het verhaal van Layla en Majnun, een soort Romeo en Julia. Dit is een geliefde geschiedenis uit de islamitische wereld die voortleeft in legendes en gedichten. In Azerbeidzjan schreef de componist Uzeyir Hajibeyov er een opera over, op basis van een gedicht uit de zestiende eeuw. De opera ging in 1908 in première. Het curieuze is dat Hajibeyov geïnspireerd was een opera te componeren nadat hij in Tsibili (Georgië ) een opvoering van De Barbier van Sevilla van Rossini had gezien. Hij schreef de muziek in 19e eeuwse Italiaanse stijl maar maakte ook gebruik van mugham, de klassieke improvisatorische zang van Azerbeidzjan. Degene die die rol nog altijd zingt en daar een hele ster in is, is Alim Quasimov. Hij was echter niet tevreden met de manier waarop de opera werd opgevoerd. Zo ontstond het plan om er in het Silk Road Ensemble iets mee te doen. Dat was nog niet eenvoudig, want de opera duurt meer dan drie uur. Bovendien is niet iedereen in het ensemble vertrouwd met mugham. Er is nu een soort kameropera van gemaakt voor een ongebruikelijke combinatie van instrumenten zoals de pipa (Chinese luit) en de Japanse bamboefluit naast viool en cello. Van deze kameropera kan ik niets laten horen, maar wel het ik een fragment gevonden van de oorspronkelijke opera. Daarnaast zal ik nog een fragment opnemen waarin Quasimov te horen is, niet als Majnun, maar wel illustratief ten aanzien van zijn zingen.
29 januari 2009
Gerard Souzay-Ravel: Don Quichotte a Dulcinee
De drie liederen Don Quichotte à Dulcinéé worden hier prachtig vertolkt door Gerard Souzay.
Het gaat om de laatste compositie van Ravel, gecomponeerd in de periode 1932-1933. Het was een werk in opdracht voor een film van G.W. Pabst met de Russische bas Fedor Chaliapine in de hoofdrol. Pabst had een aantal componisten uitgenodigd daar muziek voor te schrijven. Ravel was echter niet op tijd klaar en Jacques Ibert kreeg de opdracht.
Het is een cyclus van drie liederen, elk gebouwd op een Spaans dansritme. In Chanson romanesque bezingt Don Quichot zijn liefde voor Dulcinea met een gitaarachtige begeleiding van de piano. In Chanson épique bidt hij Maria en vraagt haar om zegening en bescherming. De piano speelt in de stijl van een kerkorgel met het ritme van een Baskische dans, de zortzico. Het is een sober lied dat met een plechtig Amen eindigt. Dit is de religieuze romantische Don Quichot. Het Chanson à boire vertolkt de komische Don Quichot als een dronken Spaanse dromer die hevig verliefd was op een fantasiefiguur.
De ziekte en het overlijden van Ravel hebben nogal wat pennen in de medische wereld in beweging gebracht.
Op het eind van zijn leven leed Ravel aan een progressieve ziekte van de hersenen die hem het componeren onmogelijk maakte. Hij had geen controle meer over zijn bewegingen, kon niet goed lezen en had spraakproblemen. Mogelijk leed hij daar al aan sinds 1928 en is de ziekte van invloed geweest op zijn composities vanaf die tijd. Van de Bolero wordt wel gezegd dat het het werk is van iemand met Alzheimer, met alle herhalingen. Maar het is onduidelijk aan welke ziekte Ravel precies leed. Bovendien past de Bolero goed in de tijd waarin machines en de industriële samenleving onderwerp waren van werken van kunstenaars zoals de schilder Fernand Leger. In 1932 voltooide Ravel de drie liederen Don Quichotte à Dulcinée. In oktober van dat jaar kreeg hij een auto-ongeluk. Vermoedelijk liep hij daarbij geen hersenschudding op. Hij is niet bewusteloos geweest.Wel ging zijn toestand daarna snel achteruit. In november 1933 dirigeerde hij het Pasdeloup Orchestra in Parijs, maar dat speelde waarschijnlijk meer op eigen kracht dan op aanwijzingen van Ravel. De orkestratie van de liederen is voltooid door zijn leerling Manuel Rosenthal, niet gedicteerd maar onder diens blik. Het merkwaardige was dat Ravel zich niet meer muzikaal kon uitdrukken, maar dat zijn muzikale gedachten er nog wel waren. Hij herkende melodieën, het juiste tempo en de juiste toonhoogte. Hij hoorde ze ook nog in zijn hoofd. Toen het steeds slechter ging liet Ravel zich ten einde raad opereren. Hij overleed 10 dagen daarna, op 28 december 1937. (Bronnen: E. Baeck: ‘Hersenen en muziekperceptie.’ Nederlands Tijdschrift voor Neurologie 2002:145-151. Amaducci e.a.: ‘Maurice Ravel and right-hemisphere musical creativity: influence of disease on his last musical works?’European Journal of Neurology 2002: 75-82.)
28 januari 2009
Ernst Daniel Smid - 6. Mij hoor je niet (Schumann)
Zoekende naar een vertaling van Ich grolle nicht uit Dichterliebe van Robert Schumann, stuit ik op die van Jan Rot, gezongen door Ernst Daniel Smid. Het is zo'n komisch lied. Ik klaag niet zegt de afgewezen geliefde, maar de piano speelt een en al boosheid. In dit filmpje maakt de pianist een grapje door te zeggen dat je hem niet hoort! De tekst is niet altijd verstaanbaar, dus hierbij:
Mij hoor je niet,
Het is maar hartsverdriet.
Feliciteer hem maar! Mij hoor je niet.
Hoe je ook straalt op diamantenjacht
Nu hij betaalt, vergaat je toverkracht
Net wat ik dacht
Mij hoor je niet,
Het is maar hartsverdriet.
Ik snap jouw toekomstdromen,
Ik snap dat hij de troon heeft ingenomen,
Ik snap ook best dat je geweten knaagt,
Maar dat je mij nu als getuige vraagt…??
Mij hoor je niet!
20 januari 2009
Imaginair museum. Een zeer korte inleiding in de moderne kunst

Het boek Imaginair museum van Egbert en Loes Dommering is op zondag 18 januari 2009 in het Teylers Museum te Haarlem gepresenteerd.
Imaginair Museum bevat een persoonlijke beschouwing van het verzamelaarsechtpaar Dommering over het verzamelen van moderne beeldende kunst over de afgelopen vijfendertig jaar, van de Spaanse kunstenaar Antonio Saura tot de video/performance kunstenares Alicia Framis, van de Nederlandse kunstenaar Reinier Lucassen tot de Indiase kunstenaar Praneet Soi, en zo verder met werk van kunstenaars uit binnen – en buitenland. Het boek is als een thematische (niet chronologische) wandeling door een deel van de collectie gecomponeerd. Wel zijn alle besproken werken van de kunstenaars gedocumenteerd op jaar van aankoop en ontstaan, aangevuld met bibliografische gegevens. De collectie is klassiek opgebouwd uit werken op papier en schilderijen, maar in de laatste vijf jaar is een grote collectie videowerk van eigentijdse kunstenaars ontstaan.
De thema’s zijn zo gekozen dat tevens een overzicht van de moderne kunst en de belangrijke trends daarin, ontstaat.
De thematische wandeling wordt voorafgegaan door een beschouwing over de activiteit van het verzamelen. Het boek besluit met een persoonlijke stellingname over de relatie tussen openbare en privé collecties. De nieuwste kunst wordt geïnstitutionaliseerd in wat het boek noemt de biënnalisering daarvan, gevestigde musea voor moderne kunst worden gecommercialiseerd (sponsoring en de jacht op publiek). De privé verzameling die gebaseerd is op persoonlijke voorkeur en aandacht kan daarop een antwoord zijn.
Het boek heet, naar de gelijknamige studie van André Malraux, ‘imaginair museum’, omdat de privé collectie langzaam maar zeker alleen nog bestaat in de geest van de verzamelaars: in haar geheel zal zij nooit worden getoond. De identiteit van het origineel raakt daarbij op de achtergrond. In het digitale tijdperk verdwijnt het origineel geheel.
De ontwerpster Irma Boom heeft de idee van het boek in een daarbij passende vorm tot uitdrukking gebracht. De besproken werken staan alle in miniformaat in de tekst. Van de grotere afbeeldingen kan slechts kennis worden genomen door vellen open te snijden: zo wordt de lectuur ook een zich langzaam ‘ontvouwend’ avontuur door een geheime collectie. De tekst is van Egbert Dommering, foto’s en documentatie van Loes Dommering.
Inhoudsopgave: Hoofdstukken 1. Verzameling, 2. Wandeling, 3. Privé vs openbaar, 4. Index van de besproken kunstenaars, 256 pagina’s (95 besproken kunstenaars), ISBN/EAN 978-90-9023726-8, uitgever Dommering, prijs: € 35, exclusief verzendkosten (€ 8).
Egbert Dommering is hoogleraar Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam en advocaat bij het kantoor Brinkhof te Amsterdam (voor gegevens over zijn publicaties, zie www.ivir.nl,). Hij was bestuurslid van de stichting de Appel in Amsterdam en stichting De Zeebelt in Den Haag. Loes Dommering was advocaat gespecialiseerd in productenaansprakelijkheid (waarover zij een proefschrift schreef) bij het kantoor Nauta Dutilh, bekleedde de Belle van Zuylen leerstoel aan de Universiteit van Utrecht, en studeert thans muziekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is bestuurslid van de stichting De Dorpsbruiloft (die een oeruitvoering van Stravinsky’s Les Noces beoogt te realiseren) en binnenkort de stichting VocaalLAB.
Het boek kan rechtstreeks worden besteld via e.j.dommering@uva.nl of lvrongen@xs4all.nl.
22 november 2008
Zither
In augustus plaatste ik twee foto's van een zitherspeler die elke dag in de winkelstraat van Eger (Hongarije)zat. Een bezoeker van mijn blog vroeg of ik niet wat kon laten horen. Ik vond veel filmpjes met zithers, o.a. met het thema van de film The Third Man (me nooit gerealiseerd dat dat een zither was), maar het was niet het instrument wat ik zocht noch het geluid dat ik me herinnerde. Met enige moeite vond ik deze speler uit Transylvanië(nu Roemenië). Het instrument lijkt en het geluid is precies zoals ik het toen hoorde, wat ijler dat de grotere concertzither.
19 november 2008
Gundecha Brothers Dhrupad
Het India Festival is begonnen. De Gundecha Brothers zingen Dhrupad, begeleid door de tanpura (langhalsluit), de chitravina (Zuid-Indiase luit)en de tabla (trom.
27 oktober 2008
Berio: Sequenza V met David Bruchez-Lalli
Mijn studie muziekwetenschap bevindt zich inmiddels op Masterniveau. Ik ben voor de Bachelor/Master structuur gewonnen nu ik zie hoe gevarieerd de groep studenten is. Er zijn studenten uit Utrecht vanwege de aandacht voor 20e eeuwse muziek in Amsterdam. Er zijn ook buitenlandse studenten dus alles gaat nu in het Engels. Iedereen heeft zijn eigen achtergrond en dat voegt heel veel aan de werkgroepen toe. Een van de vakken is een soort analyse voor gevorderden. Dat houdt in het uitpluizen van een muziekstuk, van Monteverdi tot Bach,van Stravinsky tot Berio. Hoe analyseer je Sequenza V? Dat is een vraag die we met de laatste opdracht meekregen. Ik ben er nog niet uit, maar duidelijk is wel dat het horen niet voldoende is. Je moet zien wat de speler met de trombone doet en hoe hij de clown uithangt. Waarom doet hij dat en waarom zegt hij why? Voorlopige bevindingen: Sequenza V is een compositie voor trombone van Luciano Berio. Het stuk is een herinnering aan de grote clown Grock. Hij was de buurman van Berio. Tijdens een voorstelling stopte Grock plotseling, keek het publiek aan en vroeg WARUM? Voor mij blijft de vraag: waarom WARUM?
16 augustus 2008
Erkel Ferenc Néptáncegyüttes Utánpótlás Csoport
Van de titel van dit filmpje kan ik helaas alleen de eerste twee woorden lezen. Het gaat om Ferenc (Franz) Erkel, een Hongaarse componist, vooral bekend van de opera Bank Ban. Ik vermoed dat zijn muziek hier wordt gespeeld. In ieder geval is het ook een zither en klinkt die een beestje zoals die in Eger.
07 augustus 2008
Hongaarse citer
Deze man zat dagelijks op straat in Eger (Hongarije). Het instrument dat hij bespeelde is een Hongaarse citer of zither. Op de onderste foto pauzeert even om een appeltje te eten. Daar kun je zijn instrument beter zien. Hij zong er liedjes bij. Soms zat hij maar wat te neurieën, maar als er er mensen langskwamen werd zijn zang levendiger. Het waren wijsjes die in je hoofd gaan zitten. Ik kan me goed voorstellen dat componisten die dergelijke wijsjes horen, ze in hun composities verwerken.
21 juni 2008
Messiaen Saint-François d'Assise - Dawn Upshaw
Dawn Upshaw, die overigens niet in Amsterdam zong, zingt de sterren van de hemel als de engel in de opera van Messiaen. Het is hondsmoeilijk zingen, hoog en lange noten.
Holland Festival
Hier een filmpje met percussiemuziek van de Chinese componist Guo Wenjing. In Nederland was zijn drieluik de Chinese Heldinnen te zien.
Het derde deel staat nu online op http://www.hollandfestival.nl/#festival/voorstelling/9568.
Merkwaardig genoeg komen de Heldinnen niet voor in de lijst van Vrij Nederland publieksfavoriet. Daar staat wel op de Lukas passie van Calliope Tsoupaki, door ons ook zeer bewonderd. Vandaag tuiten onze oren echter nog van Messiaen. De uren durende opera Saint Francois d'Assisi hield ons de hele avond op het puntje van de stoel. De regie van Pierre Audi was schitterend. Gisteren speelde het Concertgebouworkest een wervelende Tourangalilasymfonie onder een vervangende dirigent, want Mariss Jansons verbleef in het ziekenhuis. Ik weet niet of deze dirigent goed was of dat het orkest ook wel zonder kan (onze in orkesten musicerende vrienden hebben een haat-liefde verhouding met dirigenten waar ze talloze anecdotes over vertellen).
15 april 2008
14 maart 2008
Semana Santa Sevilla 2007 - Campana de Los Gitanos
Dit filmje geeft een goed beeld van de Cristo de los Gitanos
Saeta al Cristo de los Gitanos
Tijdens de Semana Santa (heilige week, de week voor Pasen) vinden in Spanje de traditionele processies plaats. De Gitanos hebben hun eigen Christusbeeld en zingen het toe met een saeta.
12 maart 2008
07 maart 2008
Jesus Blood Never Failed Me Yet
03 februari 2008
Manuel de Falla en de harpluit

Mijn scriptie over het operaatje El retablo de Maese Pedro (De Poppenkast van Meester Pedro) is af. Het stuk is gebaseerd op een hoofdstuk uit Don Quichot van Cervantes en Manuel de Falla heeft de muzikale sfeer van die tijd (rond 1600) willen oproepen. Dat deed hij door oude muziek te citeren, maar ook door zijn keuze van de instrumenten. Hij schreef onder meer een klavecimbel en een harpluit (arpa laud) voor. Die harpluit heeft me hoofdbrekens gekost. Die wordt eigenlijk altijd vervangen door een pedaalharp. Wat is nu een harpluit? Ik wist te achterhalen dat het instrument bij de première in de jaren 20 door Madame Casadesus werd bespeeld. Haar man was oprichter en directeur van de Société des Instrument Anciens in Parijs. Zij voerde eerder, in 1920, de voor gitaar geschreven Homenaje pour le Tombeau de Claude Debussy (1920) op een harpluit uit. Het instrument zal dus wel uit de collectie afkomstig zijn geweest. Die collectie is in Boston terechtgekomen, bij het Boston Symphony Orchestra. Hun website vermeldt echter niets over de collectie. Dus ben ik eerst maar eens in de bibliotheek gedoken. De harpluit blijkt helemaal niet zo oud. Hij ontstond in Engeland in het begin van de negentiende eeuw. In die tijd ging men thuis muziek maken, toen kwam de piano in zwang en kennelijk ook de gitaar en nieuwe meer hybride instrumenten die het midden houden tussen de lier, de harp en de gitaar. De harpluit is door E. Light rond 1810 in Engeland geïntroduceerd. Mijn probleem was dat de term ook wordt gebruikt voor de chromatische harp die Pleyel begin twintigste eeuw introduceerde. Dat is een harp met twee sets snaren die elkaar kruisen. Alle tonen zitten erop (ook de 'zwarte toetsen' van de piano), anders dan de pedaalharp waar je de pedaal moet gebruiken om de halve tonen te krijgen. Internet bracht uiteindelijk de oplossing. Ik vond een krantenknipsel uit The New York Times van 25 november 1917. De familie Casadesus toerde met de oude instrumenten door Amerika en gaf daar concerten. Mevrouw speelde de harpluit: 'being an invention of the late eighteenth century, intended to replace the guitar'. Het plaatje boven laat zo'n Engelse harpluit zien. Hij lijkt ook een beetje op de theorbe, dat is een barokluit met een aantal vrij zwevende snaren die dienen om de klank te verdiepen. Dat heeft de harpluit zo te zien ook. Zo creëert dit instrument toch een wat antieke sfeer. En daar was Manuel de Falla op uit.