18 augustus 2010
Grachtenfestival 2: Radio Quatsch! met VocaalLab en de gebroeders Palinckx
Grachtenfestival 1: Marimbakwartet

Het Grachtenfestival heeft er een prachtige locatie bij met Museum Werf 't Kromhout. Maandag speelde daar het Marimbakwartet met o.a. Drumming van Steve Reich. Niels Meliefste legde goed uit wat Phasing inhoudt. Door kleine verschuivingen ontstaat een ander ritme. Het is moeilijk precies te horen wat er gebeurt. Je wordt vooral overweldigd door de complexiteit van het verschuivende ritme.Het begon met twee bandrecorders waarop Reich een tekstfragment afdraaide: Its Gonna rain. De ene ging net iets sneller dan de andere. Meliefste liet het publiek terwijl de bongo's werden gestemd, Clapping uitvoeren. Het basisritme is eenvoudig, vooral als je het met vruchtennamen uitlegt. Mijn pianoleraar heeft me het wisselen tussen 3/4 en 4/4 maat geleerd aan de hand van appeltje/sinaasappel. Bij Clapping is het ritme: ananas/appel/peer/banaan. Probeer het maar eens uit te schrijven. Met taal is het eenvoudiger. De clou is dat een groep dit ritme klapt en de andere groep er af en toe een extra tel tussengooit: ananas/appel/peer/banaan/druif. Helaas hoor je zelf het effekt niet omdat ze zo bezig bent met klappen. Bovendien klappen amateurs niet echt scherp in de maat. Hier een ander voorbeeld:
Piano Phasing:
22 juli 2010
Die Todesfuge, Paul Celan
Is Die Todesfuga van Paul Celan een fuga? Een gedicht is geen polyfone muziek. Een fuga is op-gebouwd uit vier stemmen die gelijktijdig te horen zijn: een sopraan, alt, tenor en bas. Een gedicht heeft maar één stem. Toch is het mogelijk vormprincipes van de fuga te gebruiken voor een gedicht en dat is wat Paul Celan in Die Todesfuge heeft gedaan. Ik heb geprobeerd het gedicht als een fuga te analyseren en kwam tot het volgende resutaat. Het gaat om een vierstemmige fuga. Het gedicht begint met de woorden Schwarze Milch der Frühe die vier keer voorkomen. We kunnen bovendien aan het begin twee thema’s onderscheiden: het ‘wij’- gedeelte dat op de Joden betrekking heeft en het ‘hij’-gedeelte dat over de kampbewaker gaat. Het eerste en tweede thema luiden dan (vet resp schuin):
Schwarze Milch der Frühe wir trinken sie abends /De volgende drie regels vormen het tussenspel, in de fuga divertimento genoemd. Die worden niet herhaald.
wir trinken sie mittags und morgens wir trinken sie nachts / wir trinken und trinken
wir schaufeln ein Grab in den Lüften da liegt man nicht eng
Ein Mann wohnt im Haus der spielt mit den Schlangen der schreibt / der schreibt wenn es dunkelt nach Deutschland dein goldenes Haar Margarete
er schreibt es und tritt vor das Haus und es blitzen die Sterne er pfeift seine Rüden herbeiNu komt de eerste variatie, ofwel eerste ontwikkeling in fugatermen:
er pfeift seine Juden hervor läßt schaufeln ein Grab in der Erde / er befiehlt uns spielt auf nun zum Tanz
Schwarze Milch der Frühe wir trinken dich nachtsEr zijn woorden omgekeerd, namelijk nachts/abends en mittags/morgens. In de muziektheorie heet dat kreeftengang (achterstevoren). Het tweede thema valt te vroeg in: een stretto (over-lapping). Het eerste thema is uitgebreid met de woorden Dein aschenes Haar Sulamith (vergroting of augmentatie).
wir trinken dich morgens und mittags wir trinken dich abends / wir trinken und trinken
Ein Mann wohnt im Haus und spielt mit den Schlangen der schreibt / der schreibt wenn es dunkelt nach Deutschland dein goldenes Haar Margarete
Dein aschenes Haar Sulamith wir schaufeln ein Grab in den Lüften da liegt man nicht eng
Weer volgt een tussenspel:
Er ruft stecht tiefer ins Erdreich ihr einen ihr andern singet und spielt / er greift nach dem Eisen im Gurt er schwingts seine Augen sind blau / stecht tiefer die Spaten ihr einen ihr andern spielt weiter zum Tanz aufIn de tweede ontwikkeling staan mittags/morgens weer op hun originele plaats, maar zijn nachts en abends nog omgekeerd. Weer komt het tweede thema te vroeg. Het is nu ingekort (diminutie). Het eerste thema probeert ertussen te komen, maar het tweede thema rukt opnieuw op:
Schwarze Milch der Frühe wir trinken dich nachtsOpnieuw een tussenspel
wir trinken dich mittags und morgens wir trinken dich abends / wir trinken und trinken
ein Mann wohnt im Haus dein goldenes Haar Margarete / dein aschenes Haar Sulamith er spielt mit den Schlangen
Er ruft spielt süßer den Tod der Tod ist ein Meister aus DeutschlandIn dit tussenspel komt een nieuwe regel voor die nog drie keer herhaald zal worden: der Tod ist ein Meister aus Deutschland. Dat die totaal vier keer voorkomt, wil zeggen dat het een nieuw thema is. Ik noem het het doodsmotief.
er ruft streicht dunkler die Geigen dann steigt ihr als Rauch in die Luft / dann habt ihr ein Grab in den Wolken da liegt man nicht eng
Nu komt de laatste variatie:
Schwarze Milch der Frühe wir trinken dich nachts / wir trinken dich mittagsHet doodsmotief onderbreekt het eerste thema, en kapt het tenslotte af. De man voltrekt de executie. Het laatste doodsmotief is slechts een herinnering.
der Tod ist ein Meister aus Deutschland
wir trinken dich abends und morgens wir trinken und trinken
der Tod ist ein Meister aus Deutschland sein Auge ist blau
er trifft dich mit bleierner Kugel er trifft dich genau
ein Mann wohnt im Haus dein goldenes Haar Margarete
er hetzt seine Rüden auf uns er schenkt uns ein Grab in der Luft
er spielt mit den Schlangen und träumet
der Tod ist ein Meister aus Deutschland
De laatste woorden vormen de coda.
dein goldenes Haar Margarete
dein aschenes Haar Sulamith
23 juni 2010
Don Chisciotte in Sierra Morena
Deze week sloot ik mijn studie muziekwetenschap af met een cum laude voor de master. Die avond woonden we zeer passend, de opera Don Chisciotte in Sierra Morena van Francesco Bartolomeo Conti af. Deze prachtige opera ging in 1719 tijdens het Carnaval in Wenen in première. In het hier opgenomen fragment gaat Cardenio tekeer tegen Fernando omdat die maar niet kan aanvaarden dat Lucinda (de oorspronkelijke geliefde van Cadenio, maar door Fernando verleid tot een trouwbelofte) hem echt niet wil. Dat Don Quichot waanzinnig is gewoorden door het lezen van teveel boeken, wordt mooi in beeld gebracht in het decor. Dat staat vol romans en de figuren daaruit, zoals Alice in Wonderland, Sherlock Holmes, Kuifje, Roodkapje, lopen regelmatig over het toneel.

In de veronderstelling dat het hier een vergeten opera betreft, zo wordt hij wel gepresenteerd, ging ik uit op onderzoek. In deze opera komt namelijk ook de poppenkastscene voor en ik vroeg me af of Manuel de Falla die gekend heeft. Welnu, de opera komt in negentiende eeuwse handboeken voor. Er was zelfs een affaire over. Zo had Raphael Georg von Kiesewetter (1773-1850) in 1828 of 1829 de opera tijdens een van zijn muzikale soirées laten opvoeren. Het gerucht ging echter dat het werk niet van een oude meester genaamd Francesco Conti was, maar van Kiesewetter zelf. The best part of the joke, schreef een Londense correspondent in Harmonicon (1828 p. 259) is dat sommigen bleven geloven dat Conti toch echt de componist was. Het verhaal stond ook in de Revue Musicale van 24 januari 1829. Dat werd Kiesewetter kennelijk te gortig want die schreef op 10 augustus 1829 een brief aan redacteur Fétis. Voor zulke grappen was hij echt te serieus. Bovendien werd de partituur aan het Keizerlijk Hof bewaard en het duet Va pure in malora was maar liefst in twee versies bewaard gebleven: in een versie voor klavecimbel uitgegeven door Artaria en in een of andere opera buffa van Salieri uit 1790. Aldus Kiesewetter. De opera was niet van Salieri, maar het ging om La pastorella nobile van Pietro Alessandro Guglielmi waarin dezelfde melodie (La Folia) werd gebruikt (vgl het artikel van John Rice over La Folia). In de opera van Conti zit die in het duet tussen de ruziënde Sancio en Maritornes.
06 juni 2010
Rosas The Song

De dans is natuurlijk en sierlijk. Een vondst vond ik de ondersteuning in geluid door een vrouw die met een witte schoen op de vloer stampte, of er piepend met haar handen overheen schoof. Ze aapte ook de beweging van de danser na. Spannend werd dat als er een andere danser bijkwam en je jezelf moest dwingen ook daarnaar te kijken. Zo werd het echt contrapuntisch (term uit de muziek die aangeeft dat er meer melodielijnen zijn). Ontroerend was ook de danseres die al zingend danste, met een prachtige stem. De zaal (Muziektheater) was niet helemaal vol, maar de ovatie was er niet minder om.
04 juni 2010
Keeping Still - Anne Teresa de Keersmaeker

Als we de zaal in het transformatorhuis (Westergasfabriek)binnenkomen, hangt er een witte mist. Iedereen gaat zitten en het wordt stikdonker, minuten lang. Dan komt er licht uit een lamp die een bundel naar het publiek toewerpt. Anne Teresa doemt op als een schaduw. Ze danst door de lichtbundel en veroorzaakt nieuwe schaduwen en lichtlijnen. Het doet ons aan de Belgische schilder Léon Spilliaart denken.

De Keersmaekers ballet Keeping still is een spel met licht en geluid. Een kinderstem klinkt uit het duister. Anne Teresa zingt Der Abschied uit Das Lied von der Erde (Mahler). Later mengt ze haar eigen stem met die van Kathleen Ferrier. Het is alsof we door een mist van jaren een kijkje in onze herinnering nemen. Halverwege gaan de luiken open. Het avondlicht komt naar binnen, maar ook de stemmen van buiten. Of afstand, alsof we bezig zijn ons van de mensheid te verwijderen.
18 mei 2010
Ernesto Lecuona's zarzuela Maria la O (Cuba 1930)
Maria la O is een zarzuela (volksopera) uit 1930 van de Cubaanse componist Ernesto Lecuona. Het was de tijd van het opkomend Afro-Cubanisme, dat wil zeggen dat de cultuur van de zwarte bevolking langzamerhand erkenning kreeg. De van oorsprong Spaanse zarzuela is een volksopera (of operette) over Spaanse onderwerpen met Spaanse volksmuziek. Het is het soort muziek dat we kennen van Carmen van Bizet. De eerste aria van de titelrol daarin (L'amour est un oiseau rebelle) is een habanera, een Cubaanse dans, die overigens ontleend is aan een compositie van Sebastián Iradier. De Cubaanse zarzuela van de jaren dertig gaat vaak over een vrouw van gemengde afkomst (mulata) met twee minnaars, een blanke en een zwarte. Maria la O is gebaseerd op de roman Cecilia Valdès (1882) van Cirilo Villaverde en misschien ook op een bestaand personage. De opera gaat over de onwettige dochter van een slavenhandelaar die een relatie krijgt met de onwettige zoon van diezelfde man zonder dat ze weet dat het haar halfbroer is. Deze vertolking uit 2007 in Salzug toont hoe prachtig deze muziek is. Meer informatie levert onderstaand weblog:
http://esquinarumbera.blogspot.com/2009/07/maria-la-o-quien-es.html
28 maart 2010
Cuba de dentro un piano (teresa Berganza)
Zoals uit de tekst blijkt, zit in het gedicht van Rafael Alberti (1900) een habanera en een guajira verborgen. De habanera begint met de woorden Mulata Vueltabajera, die je ook kunt uitleggen als: Mulattenvrouw uit Vueltabajo, de streek waar tabak werd verbouwd. Het lied gaat verder bij: dime dónde esta la flor. De guajira gaat over het verloren Havana. Spanje verloor deze kolonie in 1898, waarna Cuba onder Amerikaanse invloed kwam. Vandaar dat si in yes veranderde. De muziek van Montsalvatge dateert uit 1945. De componist is vooral bekend van deze liederen op teksten van Alberti, de Canciones Negras.
Cuando mi madre llevaba un sorbete de fresa por sombrero
- Toen mijn moeder een aardbei als hoed droeg
y el humo de los barcos aún era humo de habanero
- en de rook van de schepen nog die van de sigaren was
Mulata vueltabajera...
- van de bruine Vueltabajo bladeren
Cádiz se adormecía entre fandangos y habaneras
- ging Cádiz slapen tussen fandangos en habaneras,
y un lorito al piano quería hacer de tenor.
- en een papagaai aan de piano probeerde te zingen
... dime dónde está la flor que el hombre tanto venera.
- zeg me waar de bloem is die de man zo aanbid.
Mi tío Antonio volvía con aire de insurrecto.
- Mijn oom Antonio kwam terug met zijn rebelse blik.
La Cabaña y El Príncipe sonaban por los patios de El Puerto.
- De Cabaña en de Principe weerklonken door de patios van de haven.
Ya no brilla la Perla Azul de las Antillas,
- De blauwe parel van de Antillen straalt niet langer.
ya se apagó, se nos ha muerto.
- Hij is uitgedoofd, ons ontvallen.
Me encontré con la bella Trinidad
- Ik kwam langs het mooie Trinidad
Cuba se había perdido y ahora era de verdad, era verdad, no era mentira.
- Cuba was verloren, nu was het waar, geen leugen.
un cañonero huido llegó cantándolo en guajira.
- Een kanonneerboot op de vlucht kwam aan, en zong een guajira
La Habana ya se perdió.
- Havana was al verloren
Tuvo la culpa el dinero...
- Geld was de schuldige
Calló, calló el cañonero.
- Hij zweeg, de kanonneerboot viel.
Pero después, pero ¡ah! después
- Maar het was later, ah, later
fue cuando al sí lo hicieron yes".
- Dat ze "si" veranderden in "yes."
Cantes de ida y vuelta: guajira
A mí me gusta por la mañana / Ik ga graag in de ochtend
despuès del café bebido / na een kopje koffie
pasear me por la sabana / door de savanne (= Havana) wandelen
con mi tabaco encendido / met mijn brandende sigaar
Luego me siente en mi silla / Dan zet ik me in mijn stoel
y ei silla o silletón / en in die stoel
y saco en papelón / pak ik zo’n papier
de esos que llaman diarios / dat ze een krant noemen
y parezco un millionario / en lijk wel een miljonair
de esos de la población. / Zoals die uit de stad.
Dit is een guajira, een lied met Cubaans/Spaanse invloeden. De dichtvorm is Spaans. Dit 10-regelig gedicht - de décima - werd al door zeventiende eeuwse Spaanse schrijvers gebruikt. Na de konolisatie van Cuba werd het de muziek van de boeren, die de Spaanse teksten zongen, maar ook wel eigen teksten improviseerden. Dat je in Cádiz rond 1900 guajiras (en habaneras) kon horen, blijkt uit een gedicht van Rafael Alberti: Cuba de dentro un piano, dat heel mooi op muziek is gezet door de Catalaanse componist Montsalvatge. In de jaren dertig namen flamencozangers deze liederen over, vaak met een eigen melodie en stijl. Omdat de muziek als het ware de oceaan over is geweest, spreekt men van cantes de ida y vuelta (van heen en weer, een retourtje. Vanwege de flamencoinvloeden noemt men de muziek ook wel aflamencado. De cantes de ida y vuelta raakten in de jaren 1940 uit de mode. De stijl gold als decadent omdat de zangers mooi zingen (cante bonito) en omdat het geen autentieke flamenco zou zijn. Ik denk dat ook meespeelde dat onder het Franco regime alles puur Spaans moest zijn en zwarte invloeden werden geweerd.
Guantanamera guajira, beroemd gemaakt door Pete Seeger, is trouwens ook een guajira, maar enigszins aangepast, in feite een vertakking van de son. De decima zit er nog wel in maar de maat is 4/4 terwijl die van de oorspronkelijke guajira 6/8 - 3/4 is, wat voor flamencokenners bekend moet zijn van de petenera en de bulerias.
25 februari 2010
24 december 2009
Shadow Mechanics (Meyerhold)
Mijn onderzoek naar het muziektheater in de jaren 20 van de vorige eeuw voert mij langs onderwerpen als schaduwtheater, pantomime en dans. In dit filmpje over Meyerhold (Vsevolod Emiljevitsj Meyerhold, Russisch regisseur, acteur en producent, 1874-1940) komen al die elementen bij elkaar. De bewegingstechniek heet biomechanica, wat betekent dat de acteur of danser als een robot beweegt. De gedachte was destijds dat acteurs moeilijk emoties konden overbrengen, omdat ze hun eigen emoties dan zouden moeten uitschakelen. Daarom bepleitten sommige regisseurs dat er zoals bij de oude Grieken met maskers zou worden gespeeld. Maar ook vond men dat dans een goed expressiemiddel was. Toneel moest geen tekst zijn, maar beweging. Dat is hier heel goed te zien. De film is van Copernicus Films, geregisseerd door Michael Craig. Verdere informatie is te vinden via de volgende link: http://www.createspace.com/224153
16 december 2009
Candombe 2 (Figari)

In Buenos Aires staat een prachtig museum voor 20e eeuwse Latijns-Amerikaanse kunst, het MALBA. Het is opgericht door de zakenman Eduardo F. Constantini en een deel van wat er te zien is, komt ook uit zijn collectie. Ik werd meteen getroffen door de schilderijen van Pedro Figari (1861-1938) en met name de Candombe uit 1921. Een typisch koloniaal beeld, met Afro-Amerikanen die aan het dansen zijn. De kleding is typerend voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap van de Rio de la Plata. Candombe is een op percussie gebaseerde muziekstijl die zich vooral in Uruguay, het geboorteland van Figari, ontwikkeld heeft.
18 november 2009
Domenico Zipoli: een Italiaan in Argentinië
Ten Noorden van Cordoba (Argentinië) ligt niet ver van Jesus Maria de Jezuïtische Estancia Santa Catalina. Het is een van de mooiste Jezuïtische kerken van Argentinië. Je kunt er alleen komen via een bochtige onverharde weg, waar je zeker anderhalf uur over rijdt (niet ongewoon in dit land), maar het is de moeite waard. Van de Estancia zelf is niet veel meer over. Opzij staan nog wat bijgebouwen, waar vroeger de slaven huisden (ook in de Estancia in Alta Gracia werden we ermee geconfronteerd dat de Jezuieten slaven hadden, daar werkten ze in de smederij) maar nu een idyllsche Posada is gevestigd waar je kunt slapen of even uitblazen van de lange tocht. De kerk is puur van inrichting, weinig versiering met een mooi altaar en houten banken langs de zijkanten. Buiten is een plaquette in de muur aangebracht met de mededeling dat hier in 1726 de Jezuïtische componist Domenico Zipoli is gestorven. Zipoli is in Prato (Italië) geboren, studeerde bij Alessandro Scarlatti in Napels, en kwam in 1717 in Cordoba terecht waar hij zijn theologiestudie voortzette en zich aan de muziek wijdde. Hij stierf op 37-jarige leeftijd.
17 september 2009
Rachel quand du seigneur
Rachel, die in werkelijkheid de dochter van Kardinaal Brogni is, maar door Eleazar tijdens een oproer gered en als zijn dochter opgevoed, wordt door Eleazar die zich op Brogni wil wreken, aan de brandstapel uitgeleverd. La Juive is een merkwaardige opera, zeker niet vrij van antisemitisme en ook muzikaal niet altijd even sterk, maar dit is een prachtige aria, hier gezongen door Caruso. Het publiek gisteren was trouwens enthousiast, maar voor mij is het allemaal net over the top, sentimenteel, alles op effekt. Bij Proust is Rachel een Joodse prostitué, die hij later weer ontmoet als de maitresse van Saint Loup. Proust en Halévy waren klasgenoten.
01 september 2009
Sussurate, uit Amadigi di Gaula, Handel, door Jose Maria lo Monaco
Ze zong de sterren van de hemel, afgelopen zaterdag in de St Augustinuskerk tijdens het Festival oude muziek waar ze moest invallen voor Sonia Prina. Dit is de radio-opname. Vandaar geen beeld.
Verder vier keer Die sieben letzten Worte van Joseph Haydn gehoord: voor orkest, voor piano, voor strijkwartet en de oratoriumversie. Voor ons stond op 1 de orkestversie van El Ayre Espanol, zo helder en met passie gespeeld, zo diep Spaans, lijdend, alles zo één klank, ook de blazers die bij tijden een extra kleur aan het geheel geven, wat je mist bij de kwartetversie. Op 2 het kwartet, als compositie misschien het beste, helder en doorzichtig, geen noot teveel zoals Manuel de Falla zei, maar minder passie en lijden, hoewel de Terremoto (aardbeving) aan het eind de aarde wel deed scheuren. Op 3 dan Kristian Bezuidenhout die echt geprobeerd had iets te maken van de toch wat magere versie voor piano, niet door Haydn zelf geschreven maar wel door hem goedgekeurd. Op 4 de oratoriumversie, mooi gedirigeerd door Frans Bruggen maar het orkest zakte wat in na een adembenemend begin. Niet optimaal gezongen, maar wat ons het meest stoorde was dat de mooiste momenten verstoord werden door de zangstem, gewoon omdat die niet paste op dat moment (bijvoorbeeld bij het pizzicato). Haydn heeft deze versie gemaakt, omdat iemand anders zijn stuk voor oratorium had bewerkt en dat beviel hem niet. Beter was geweest helemaal geen oratoriumversie. Een Terremoto zingen, dat gaat niet. Je kunt de aarde laten beven met een strijkstok, met de stem gaat dat lastig.
15 augustus 2009
Georges Aperghis: Machinations 2/3
Gisteren gezien in Boulevard Festival Den Bosch: Machinations van Georges Aperghis door het VocaalLab. Een andere versie dan deze. In Artis in Den Bosch zit het publiek op driekantige kartonnen krukjes, om de computeroperator die de electronica bedient. De zangeressen bewegen zich eromheen en tussendoor, gedubbeld door danseressen. Het gaat over taal. Wonderlijk hoe je emotie kunt uitstralen door de klank en de lichaamsbeweging terwijl je alleen maar onbegrijpelijke woorden uitspreekt. De danseressen versterken het effekt omdat ze helemaal geen stem meer hebben maar toch hetzelfde uitstralen. De uitvoering is prachtig, ook de stemmen. Vanavond nog te zien.
23 juli 2009
Toumani Diabate 'Cantelowes'
Ter vergelijking een stukje kora, een verwant instrument.
Ik moest een tijdje zoeken naar een fragment met een goed beeld en redelijk geluid, waar het instrument ook te zien is.
Deze in Spanje is puur, zonder franje.
Julian Bream - Manuel de Falla - Homenaje (Le tombeau de Deb
Enige tijd geleden schreef ik over de harpluit. Inmiddels heb ik achterhaald hoe Manuel de Falla met dit instrument in aanraking is gekomen. In 1920 schreef hij een stuk voor gitaar, opgedragen aan de in 1918 overleden Debussy. Door zijn verhuizing naar Granada was hij bevriend geraakt met de gitarist Ángel Barrios. Hij maakte zich vertrouwd met het instrument en componeerde ervoor. Er was echter in Parijs geen gitarist te vinden die het stuk kon spelen. Henri Prunière, directeur van La Revue Musicale, stelde Falla toen voor dat Madame Henri Casadesus het zou spelen op de harpe-luth Lyon, die wat klank betreft dichterbij de gitaar dan de harp lag. Dat gebeurde inderdaad, maar niet dan nadat Falla de pianotranscriptie had opgestuurd om het spelen te vergemakkelijken. Hier de interpretatie van Julian Bream.