29 augustus 2007
Dokumenta in Kassel
Waren er nu hoogtepunten in Kassel, vroeg een collega me. Het eerste wat me te binnen schoot was de draaimolen van Andreas Siekmann. Fotogenieke tekeningen in ieder geval.

27 augustus 2007
Kurische Nehrung
De Kurische Nehrung is een smalle landtong, die 98 km lang is waarvan 52 km in Lithauen ligt en 46 km in het gebied van Kaliningrad. Aan de ene kant ligt de Oostzee en aan de andere kant een binnenzee, het Kurische Haff.
Het is ooit Duits geweest en trekt veel Duitse toeristen, mede omdat in Nida (Duits: Nidden) zich het huis bevindt dat ooit van Thomas Mann is geweest. Nadat Mann de Nobelprijs had gekregen (1929) liet hij er een huis bouwen hoog op een duin met uitzicht op het haf, in de traditionele blauwe kleur van de visserhuizen daar. Twee zomers slechts kon hij er gebruik van maken (hij werkte er aan Jozef und seine Brüder). Toen kwam Hitler aan de macht en werd het geconfisceerd. Lithause intellectuelen wisten het te conserveren en nu is het een cultureel centrum en museum.
Het is ooit Duits geweest en trekt veel Duitse toeristen, mede omdat in Nida (Duits: Nidden) zich het huis bevindt dat ooit van Thomas Mann is geweest. Nadat Mann de Nobelprijs had gekregen (1929) liet hij er een huis bouwen hoog op een duin met uitzicht op het haf, in de traditionele blauwe kleur van de visserhuizen daar. Twee zomers slechts kon hij er gebruik van maken (hij werkte er aan Jozef und seine Brüder). Toen kwam Hitler aan de macht en werd het geconfisceerd. Lithause intellectuelen wisten het te conserveren en nu is het een cultureel centrum en museum.Het schiereiland heeft nog altijd een vriendelijke authentieke sfeer. Er zijn maar enkele hotels en verder kun je er kamers huren. Veel huizen aan de kust hebben rookhuisjes in hun achtertuin staan waar vis in wordt gerookt.
01 augustus 2007
Mengelberg archief
Daar zit je dan ineens in het Nederlands Muziek Instituut in de leeszaal met een stapel dossiers voor je neus. Nog nooit een originele partituur van een dirigent in handen gehad. Ik kwam alleen maar een tijdschrift inzien (was er niet) en vragen hoe en wanneer ik in het archief van Mengelberg kon (meteen dus). De eerste partituur was gedrukt. Dit was het zogenaamde pianouittreksel. Er zat een aantekeningenvelletje op briefpapier van een hotel in New York. De tweede was de orkestpartituur, maar handschreven!! Al die nootjes en dan de teksten eronder, elke lettergreep precies onder het juiste nootje. Ik weet nog dat Manuel de Falla, toen hij aan een prijsvraag meedeed met La vida Breve, de laatste nacht met zijn broer had doorgewerkt en dat die broer alle woordjes verkeerd had gezet. Dat er geen gedrukte partituur was verbaasde me. In 1926 moet die er wel geweest zijn van het marionettenoperaatje De Poppenkast van Meester Pedro (want daar ging het om). En dan waren er ook nog knipselmappen. Ik had me voorbereid op een moeizame zoektocht door kranten, maar hier zat alles bij elkaar. Dat de zaal in de Hollandsche Schouwburg niet vol was, omdat de kaartjes zo duur waren, maar de opbrengst ging dan ook naar het Watersnoodfonds (dat hadden we kennelijk in 1926), dat een comité van aanbeveling had van allemaal adelijke dames. De muziek was een meesterwerk. Mengelberg was geweldig. Helaas was de tenor zo droog als een kurk en had de bariton geen hoogte. In de map Amerikaanse knipsels beklaagden ze zich daar ook al over.

Over Luis Bunuel (ja, de filmmaker) die de decors had verzorgd en daar erg trots op was (hij was toen nog niet beroemd) geen woord.

Maar die was de eerste avond ook vergeten voor het licht te zorgen. Je zag geen steek. Geen journalist die dat heeft opgemerkt. Misschien zijn die allemaal naar de tweede voorstelling geweest. Of Bunuel fantaseerde. Dat scheen hij wel vaker te doen. Misschien dat ze hem daarom bij deze foto ook eraf gesneden hebben. Want hij stond links. Mengelberg ook trouwens.

Over Luis Bunuel (ja, de filmmaker) die de decors had verzorgd en daar erg trots op was (hij was toen nog niet beroemd) geen woord.

Maar die was de eerste avond ook vergeten voor het licht te zorgen. Je zag geen steek. Geen journalist die dat heeft opgemerkt. Misschien zijn die allemaal naar de tweede voorstelling geweest. Of Bunuel fantaseerde. Dat scheen hij wel vaker te doen. Misschien dat ze hem daarom bij deze foto ook eraf gesneden hebben. Want hij stond links. Mengelberg ook trouwens.
06 juli 2007
Manuel de Falla en het flamenco concours (1922)
Het tweede collegejaar zit erop. Naast wetenschapsfilosofie (algemeen vak voor iedereen uit de geesteswetenschappen, plus een vaksspecifiek deel dat in mijn geval dus over muziek ging) zijn we met capita selecta nog eens de hele muziekgeschiedenis van de Middeleeuwen tot het begin van de 20e eeuw doorgewandeld. Dan een vak geheten Methoden & Technieken, waar je onder leiding een klein onderzoek doet, waarvan je het onderwerp helemaal zelf mag bepalen. Je presenteert je plannen tussentijds en aan het eind aan je medestudenten, dus je krijgt zelf ook een beeld van wat de anderen doen. Dat was van alles: hiphop, gospel, klezmer, dance, een praktijkonderzoekje of we allemaal van dezelfde muziek vrolijk of verdrietig worden (nee dus), steelpan (niet om te koken, maar zo'n olievat waar je op slaat), etc. Omdat ik ook nog flamenco volgde, heb ik dat een beetje gecombineerd. Ik koos als onderzoeksonderwerp fusion van flamenco, vooral met Indiase muziek en met soefimuziek, omdat altijd gesteld wordt dat die gemeenschappelijke wortels hebben. Ik heb enerzijds gekeken wat er bekend is over de oorsprong van flamenco (te ingewikkeld om hier na te vertellen) en anderzijds onderzocht wat de musici nu feitelijk deden. Conclusie (voorspelbaar): de zogenaamde gemeenschappelijke oorsprong wordt er maar bijgehaald (om de zaal vol te krijgen?), natuurlijk zijn er gemeenschappelijke vooral oosterse elementen, en die herkennen de musici. Stuk ingeleverd, docent tevreden. Als het goed is komt het stuk op de website van UvA Musicologie, maar ik heb het nog niet zien staan.
Voor de cursus flamenco moest er ook nog een essay ingeleverd. Dat schreef ik over het Concurso de cante jondo (flamencozangconcours) in Granada in 1922, dat werd georganiseerd met medewerking van de componist Manuel de Falla, die vreesde dat deze zang aan het uitsterven was. Een leuk onderwerp, want er was nogal ruzie over in de pers. Sommige Spanjaarden hielden in die periode niet van stierengevechten en flamencozangers, dat gaf maar een verkeerd beeld van het land. Zoiets als dat Nederland wordt voorgesteld als een land vol boeren op klompen. Bovendien waren ze in Sevilla jaloers en er mochten alleen amateurzangers optreden wat bij de professionele zangers weer niet goed viel.
Mooi is de karikatuur die Antonio López Sanchez maakte. Tijdens de wedstrijd op 14 juni 1922 viel er een flinke bui. De regen is op de tekening te zien. De echte liefhebbers bleven echter zitten en hielden een stoel boven hun hoofd als paraplu. Op het toneel zit Diego Bermúdez (‘El Tío Tenazas’). Na zijn eerste succesvolle optreden hebben zijn vrienden hem zoveel glaasjes manzanilla gevoerd, dat hij geen noot meer kon zingen. Men zegt dat hij helemaal van Puente Genil (provincie Cordoba, 60 mijl) is komen lopen, maar het is uitgezocht en het schijnt niet waar te zijn. Achter hem zit gitarist Ramón Montoya. Linksonder zit Pastora Pavón (‘La niña de los peines’). De man met de bril die met Tenazas praat is (klassiek) gitarist Andrès Segovia. Op de voorgrond met de hoed: schilder Zuloaga. De tweede rechts daarvan (met de magere nek) is Manuel de Falla. Achter hem grijpt Lorca naar zijn hoofd. Rechtsboven (met snor) is Miguel Céron, die het idee van het concours claimde.
Voor de cursus flamenco moest er ook nog een essay ingeleverd. Dat schreef ik over het Concurso de cante jondo (flamencozangconcours) in Granada in 1922, dat werd georganiseerd met medewerking van de componist Manuel de Falla, die vreesde dat deze zang aan het uitsterven was. Een leuk onderwerp, want er was nogal ruzie over in de pers. Sommige Spanjaarden hielden in die periode niet van stierengevechten en flamencozangers, dat gaf maar een verkeerd beeld van het land. Zoiets als dat Nederland wordt voorgesteld als een land vol boeren op klompen. Bovendien waren ze in Sevilla jaloers en er mochten alleen amateurzangers optreden wat bij de professionele zangers weer niet goed viel.Mooi is de karikatuur die Antonio López Sanchez maakte. Tijdens de wedstrijd op 14 juni 1922 viel er een flinke bui. De regen is op de tekening te zien. De echte liefhebbers bleven echter zitten en hielden een stoel boven hun hoofd als paraplu. Op het toneel zit Diego Bermúdez (‘El Tío Tenazas’). Na zijn eerste succesvolle optreden hebben zijn vrienden hem zoveel glaasjes manzanilla gevoerd, dat hij geen noot meer kon zingen. Men zegt dat hij helemaal van Puente Genil (provincie Cordoba, 60 mijl) is komen lopen, maar het is uitgezocht en het schijnt niet waar te zijn. Achter hem zit gitarist Ramón Montoya. Linksonder zit Pastora Pavón (‘La niña de los peines’). De man met de bril die met Tenazas praat is (klassiek) gitarist Andrès Segovia. Op de voorgrond met de hoed: schilder Zuloaga. De tweede rechts daarvan (met de magere nek) is Manuel de Falla. Achter hem grijpt Lorca naar zijn hoofd. Rechtsboven (met snor) is Miguel Céron, die het idee van het concours claimde.
16 juni 2007
Kwartet van laptops en grafische partituren in Holland Festival
Gisteren 'speelde' in het Bimhuis het Laptopkwartet Twentytwentyone. Dit houdt zich onder meer bezig met het uitvoeren van grafische partituren. Achter een tafel op het podium zitten vier mensen achter hun computer elektronische muziek te maken terwijl op het scherm boven hun hoofd de partituur te zien is. Nu zijn grafische partituren eigenlijk geen partituren. Ze zeggen niet zoals een notenpartituur wat je moet spelen. Bovendien heeft iedere componist zijn eigen systeem. De muziek was niet echt heel spannend, maar de combinatie van beeld en geluid was wel fascinerend, vooral bij Treatise van Cornelius Cardew en de Symphonie Diagonale van Viking Eggeling.
Hieronder heb ik drie bladen uit de partituur van Cardew opgenomen. Cornelius Cardew (1936-1981) was een Engelse componist van experimentele muziek. Zijn partituren zijn mooi om te zien. Karakteristiek is dat hij altijd twee lege notenbalken onderaan de pagina afdrukte, om eraan te herinneren dat het echt muziek is. Bij deze compositie was de relatie tussen beeld en geluid het meest overtuigend. Je 'hoorde' lijnen en cirkels en versmallingen en verdikkingen. Treatise bestaat uit 193 van dit soort bladen, waarvan ik er gisteren overigens maar een paar gezien heb. Het werk dateert uit 1963-1967.


Bij Eggeling fascineerde het beeld het meest. Deze Zweed behoorde tot de Dada-beweging en maakte dit werk in 1924 vlak voor zijn dood. Hij tekende geometrische figuren op lange rollen papier. De Diagonaalsymfonie was een stomme film van ruim 7 minuten.
Hieronder heb ik drie bladen uit de partituur van Cardew opgenomen. Cornelius Cardew (1936-1981) was een Engelse componist van experimentele muziek. Zijn partituren zijn mooi om te zien. Karakteristiek is dat hij altijd twee lege notenbalken onderaan de pagina afdrukte, om eraan te herinneren dat het echt muziek is. Bij deze compositie was de relatie tussen beeld en geluid het meest overtuigend. Je 'hoorde' lijnen en cirkels en versmallingen en verdikkingen. Treatise bestaat uit 193 van dit soort bladen, waarvan ik er gisteren overigens maar een paar gezien heb. Het werk dateert uit 1963-1967.


Bij Eggeling fascineerde het beeld het meest. Deze Zweed behoorde tot de Dada-beweging en maakte dit werk in 1924 vlak voor zijn dood. Hij tekende geometrische figuren op lange rollen papier. De Diagonaalsymfonie was een stomme film van ruim 7 minuten.
Dit alles was te zien in het Bimhuis. Het heeft de prettige sfeer van het oude Bimhuis behouden. Een informele sfeer door geroezemoes van de bar op de achtergrond. Mensen die in- en uitlopen. En als je naar buiten komt het water, de zon inmiddels onder maar nog een prachtige avondlucht met veel rood.
Wat een plek!
13 juni 2007
Blinde balladezangers
Het tweede studiejaar loopt op zijn eind. In het kader van mijn onderzoek naar de oorsprong van flamenco liep ik aan tegen het fenomeen van de blinde balladezangers. Je had in Spanje reizende muzikanten. Dat waren niet alleen zigeuners, maar ook blinden die zo hun brood verdienden. In de literatuur gaat de vermelding van zang en dans van zigeuners (en van blinden) terug tot Cervantes (1547-1616). Cervantes vertelt in één van de Voorbeeldige Novellen, La Gitanilla (het zigeunerinnetje) (1613) hoe Preciosa van haar grootmoeder, een gitane, een schat aan kantieken, coplas, seguidillas en sarabandes en andere liederen leerde, die ze zong met bijzondere lieftalligheid. Later in het verhaal blijkt dat Preciosa geen zigeunerinetje was maar een kind uit de betere kringen dat ooit was meegeroofd. Cervantes vermeldt ook dat er dichters waren die hun werken verkochten aan de gitanen én aan de blinden.
Geïntrigeerd door het fenomeen, en vanwege een vraag van de docent of er geen beeldmateriaal was dat uitsluitsel kon geven op mijn vragen, ben ik gaan zoeken naar plaatjes. Nu is Goya bij uitstek een schilder/tekenaar van volkstaferelen, hij leefde vlak voor het ontstaan van flamenco, dus het lag voor de hand te kijken of er muzikanten in zijn werk voorkomen. En ja, hoor. Maar liefst drie afbeeldingen, allemaal van blinde zangers/gitaristen. Uit het begin van de 19e eeuw.
Dit is er een van. Daar heb ik nog niets mee opgelost. Maar het was frappant dat ik alleen blinde zangers en geen zigeuners vond.
Geïntrigeerd door het fenomeen, en vanwege een vraag van de docent of er geen beeldmateriaal was dat uitsluitsel kon geven op mijn vragen, ben ik gaan zoeken naar plaatjes. Nu is Goya bij uitstek een schilder/tekenaar van volkstaferelen, hij leefde vlak voor het ontstaan van flamenco, dus het lag voor de hand te kijken of er muzikanten in zijn werk voorkomen. En ja, hoor. Maar liefst drie afbeeldingen, allemaal van blinde zangers/gitaristen. Uit het begin van de 19e eeuw.Dit is er een van. Daar heb ik nog niets mee opgelost. Maar het was frappant dat ik alleen blinde zangers en geen zigeuners vond.
01 juni 2007
Lightfoot/Leon: Shoot the Moon
Het Holland Festival is begonnen. In de Zuiveringshal (Westergasfabriek) is een prachtige dansvoorstelling te zien van Paul Lightfoot en Sol Léon (Nederlands Danstheater) op muziek van Philip Glass. Hierbover zie je Sol aan het werk. De foto hieronder is van een 19-jarige fotografe Femke Hansen. Wat hier niet te zien is, is dat deze dansers zich voorbewegen op een soort rijdende hoepelrokken op wieltjes van twee meter hoog.
De voorstelling is spannend, niet alleen omdat er schitterend wordt gedanst, en de decors prachtig zijn en bovendien steeds in beweging, maar ook door de mimiek van de dansers die je goed ziet omdat je dicht op het toneel zit. Dat wordt gerealiseerd doordat de zaal in tweeën is gesplitst. Aan beide kanten is er een tribune, voor de pauze zit je aan de ene kant en na de pauze aan de andere kant in spiegelbeeld (je linkerbuurman zit nu rechts). De muziek is hetzelfde, anders zou het natuurlijk een janboel worden. Er zat iemand achter me die steeds maar riep: "O wat mooi. O wat prachtig. Wat word ik hier blij van." Nou ja, dat hoefde nou ook weer niet. Maar hij had wel gelijk.
16 mei 2007
Ursonate (Kurt Schwitters)
Mijn laatste college in het tweede jaar ging over de Ursonate van Kurt Schwitters. De Ursonate is geen sonate en feitelijk ook geen muziek, maar een klankgedicht. Het bijzondere is echter dat Schwitters die er van 1921 tot 1931 aan werkte, deze totale onzinklanken in een muzikale vorm zette, te weten die van de sonate. Het is dus een vierdelig stuk (Rondo. Largo. Scherzo. Presto) waarbij de volgorde niet helemaal volgens de regels is want een rondo hoort achteraan.Het Presto heeft de zogenaamde sonatevorm (nu wordt het even technisch). Dat wil zeggen dat de thema’s worden neergezet (expositie), waarna er mee wordt gevarieerd (doorwerking: in de muziek betekent dat: andere toonsoorten en spanning opbouwen, kort gezegd krijg je het gevoel een eind van huis te zijn) en ten slotte keert het begin weer terug (reprise, spanning opgelost, gevoel van herkenning: we zijn weer thuis). De vraag is: kan met woorden of zinloze klanken ook wat men muziektonen kan. Onze docente vond van niet en gebruikte de Ursonate als kapstok om over muziek te praten. De meeste studenten volgden haar, uit desinteresse of omdat ze het geen kunst vinden. Maar ik genoot en mijn Servische medestudente die naast mij zat, ook.
Het begint zo:
Fümms bö wö tää zää Uu,
pögiff,
kwii Ee.
Daar heb ik niet onmiddellijk associaties bij. Maar bijvoorbeeld dit:
Rum!
RrRrRrRrummpff?
Rum!
RrRrRrRrummpff t?
Rum!
RrRrRrRrRrummpff tll?
Rum!
deed mij denken aan de CD Vengo naar de gelijknamige film waar een nummer op staat waar je alleen maar een startende motor hoort, zo van uche uche rum, maar dan heel ritmisch.
Voor mij is dat muziek.
En dit:
Tuii tuii tuii tuii
Tuii tuii tuii tuii
Tee tee tee tee
Tee tee tee tee
herinnerde mij aan onze reis naar Mexico waar we vanuit ons houten balkon met uitzicht op een dicht tropisch woud iedere namiddag een vogelconcert kregen
Tatta tatta tuiEe tuiiEe
Tatta tatta tuiEe tuiiEe
Tatta tatta tuiEe tuiiEe
Tatta tatta tuiEe tuiiEe
van allemaal verschillende vogels
Pe pe pe pe pe
Pii pii pii pii pii
Poo poo poo poo poooo?
Het gedicht eindigt met het alfabet achterstevoren.
Dat heet in vaktermen kreeftengang (deed Schönberg in die tijd ook):
Zätt üpsiilon iks (emocionado)
Wee fau Uu
Tee äss ärr kuu
Pee Oo änn ämm
Ell kaa Ii haa
Gee äff Ee dee zee beee?
Je moet het wel even hard op lezen, want het is fonetisch Duits. De grap is dat de a niet komt. De tweede keer ook niet, maar de derde keer wel.
Voor wie een stukje wil horen, verwijs ik naar:
http://www.ubu.com/sound/schwitters.html
Er is ook een opname van Jaap Blonk die de sonate uit zijn hoofd heeft geleerd. Ik moet hem ooit op de radio hebben gehoord en was toen al gefascineerd. Een deel is te beluisten via:
http://boeken.vpro.nl/artikelen/17613299/
Dus voor mij is dit Kunst en ook Muziek. Zeker als je Jaap Blonk hoort.
21 maart 2007
Nietzsche
De Nietzsche voordracht zit er weer op. Veel moeten schrappen, toch nog teveel stof waardoor het te snel ging. Volgens sommigen dan. Het heeft me veel tijd en hoofdbrekens gekost, maar ik kan nu alles vertellen over de relatie Nietzsche - Wagner. Aan sommige vermakelijke details ben ik in mijn verhaal niet eens toegekomen. Zoals dat galakostuum dat Nietzsche zich had laten aanmeten. Er ontstaat ruzie over de rekening. Dat wil zeggen: de knecht van de kleermaker heeft het pak in zijn hand en wil betaling, maar Nietzsche wil eerst geleverd hebben (de tekst is afkomstig uit een brief aan zijn vriend Rohde):
"Er präsentiert die Rechnung. Ich akzeptiere höflich: Er will bezahlt sein, gleich bei Empfang der Sachen. Ich bin erstaunt, setze ihm auseinander, daß ich gar nichts mit ihm als einem Arbeiter für meinen Schneider zu tun habe, sondern nur mit dem Schneider selbst, dem ich den Auftrag gegeben habe."
De tijd dringt, Nietzsche begint de kleren aan te trekken, de knecht verhindert dat:
"Der Mann wird dringender, die Zeit wird dringender; ich ergreife die Sachen und beginne sie anzuziehn, der Mann ergreift die Sachen und hindert mich sie anzuziehn: Gewalt meiner Seite, Gewalt seiner Seite! Szene."
Nietzsche vecht in zijn hemd, hij wil de nieuwe broek aandoen, gekrakeel is het gevolg:
"Ich kämpfe im Hemde: denn ich will die neuen Hosen anziehn. Endlich Aufwand von Würde, feierliche Drohung, Verwünschung meines Schneiders und seines Helfershelfers, Racheschwur"
het mannetje wint de strijd en Nietzsche moet iets anders aan voor zijn eerste bezoek aan de zo door hem bewonderde Richard Wagner:
" währenddem entfernt sich das Männchen mit meinen Sachen. Ende des 2. Aktes: ich brüte im Hemde auf dem Sofa und betrachte einen schwarzen Rock, ob er für Richard gut genug ist."

"Er präsentiert die Rechnung. Ich akzeptiere höflich: Er will bezahlt sein, gleich bei Empfang der Sachen. Ich bin erstaunt, setze ihm auseinander, daß ich gar nichts mit ihm als einem Arbeiter für meinen Schneider zu tun habe, sondern nur mit dem Schneider selbst, dem ich den Auftrag gegeben habe."
De tijd dringt, Nietzsche begint de kleren aan te trekken, de knecht verhindert dat:
"Der Mann wird dringender, die Zeit wird dringender; ich ergreife die Sachen und beginne sie anzuziehn, der Mann ergreift die Sachen und hindert mich sie anzuziehn: Gewalt meiner Seite, Gewalt seiner Seite! Szene."
Nietzsche vecht in zijn hemd, hij wil de nieuwe broek aandoen, gekrakeel is het gevolg:
"Ich kämpfe im Hemde: denn ich will die neuen Hosen anziehn. Endlich Aufwand von Würde, feierliche Drohung, Verwünschung meines Schneiders und seines Helfershelfers, Racheschwur"
het mannetje wint de strijd en Nietzsche moet iets anders aan voor zijn eerste bezoek aan de zo door hem bewonderde Richard Wagner:
" währenddem entfernt sich das Männchen mit meinen Sachen. Ende des 2. Aktes: ich brüte im Hemde auf dem Sofa und betrachte einen schwarzen Rock, ob er für Richard gut genug ist."

08 maart 2007
Waarom ik het zo druk heb ....

Tijdje niet geblogd en begin me daar schuldig over te voelen, dus ik moet maar eens uitleggen wat een tweedejaars student musicologie in het tweede semester zoal bezig houdt:
1. Nietzsche en Wagner. Erg leuk onderwerp maar ik wist niets van Nietzsche en ik moet er een voordracht over houden. Toevallig niet de gemakkelijkste tekst, namelijk toen hij nog vóór Wagner was. Nietzsche tégen Wagner is leesbaarder en leuker. Maar goed. Ik ga er wel een plaatje bij doen en dat is deze cartoon. Het verhaal is als volgt. Wagner publiceerde de libretti voor de Ring der Nibelungen met een voorwoord waarin hij de wilde suggestie deed dat de Duitse prins een budget zou vrijmaken voor de opvoering. Wonderbaarlijk genoeg hapt de 18-jarige Ludwig II toe: hij betaalt Wagner’s schulden en voorziet hem van fondsen. Zo kan Wagner Bayreuth bouwen. En Nietzsche moest hem met zijn tekst de hemel in prijzen. In de cartoon zie je Wagner op de deur van de kassa kloppen.
2. Dit is alleen nog maar één les uit de cyclus. Die gaat over de 19e eeuw en de relatie tekst/muziek. Elke week houden twee studenten een voordracht. Ik begin te geloven dat ik in een goed jaar zit, want het niveau is hoog. We hebben veel Schumann en Schubert gedaan, laten het lied nu achter ons en duiken de opera in. Ondertussen lezen we karrevrachten met teksten die we aan de hand van vragen moeten samenvatten. Geen tentamen. Prima onderwijsvorm.
3. Het vak Methoden en technieken: we moeten allemaal een klein onderzoek opzetten en over de voortgang rapporteren. De wisselwerking met de andere studenten is stimulerend. Mijn studie gaat over flamenco fusion met soefi muziek. Veel te ingewikkeld, maar ik kom er wel uit. Eerste bevinding: flamenco is in de 19e eeuw ontstaan en heeft talloze invloeden ondergaan zodat het wel vergezocht is te stellen dat - als er al enige invloed van zigeuners uit India/Pakistan is geweest- die nog te achterhalen zou zijn.
Andere onderwerpen (van andere studenten): wanneer is muziek droevig en vindt iedereen dat dan, waarom houden mijn ouders alleen van klassieke muziek en niet van dance (ik vraag me af wat is dance en verraad daarmee dat ik onderdeel ben van het gesignaleerde probleem), hip-hop als jeugdcultuur, Cubaanse muziek, enz.
4. Om punten te krijgen voor mijn cursus flamenco moet ik: een logboek van alle colleges maken, CD's bespreken, een essay maken. Voor dat essay lees ik weer dezelfde stukken als voor mijn flamenco/soefi onderzoek, dus dat scheelt, plus een heleboel over Manuel de Falla en Garciá Lorca, want die wilden in 1922 de pure flamenco redden, wat ze niet is gelukt.
Kortom, hard werken, maar het is een heel leuke studie, vooral als je wat verder bent.
24 januari 2007
Atlas Ensemble
Dinsdag gaf het Atlas Ensemble een zeer inspirerend concert. In dit kamerorkest spelen dertig musici uit China, Centraal-Azië, het Midden-Oosten en Europa. Het repertoire bestaat uit speciaal geschreven werken. De niet-westerse musici zijn internationale solisten. De westerse musici zijn leden van het Nieuw Ensemble.
Het mooie van het ensemble is dat de geschreven stukken de niet-westerse instrumenten goed uit laten komen, vaak als solo, waardoor je tijdens het concert als het ware een klein wereldreisje maakt. Daarnaast is het samenspel met de westerse instrumenten fascinerend. Je luistert naar volkomen nieuwe muziek met een geheel eigen kleur. Er wordt ook op topniveau gespeeld.
Enkele niet westerse instrumenten sprongen er deze keer voor mij uit. Zo is er ten eerste de Armeense duduk, een heel oud instrument met dubbelriet. De klank is melancholiek en de speler krijgt bolle wangen als hij erop blaast.

Dan de Chinese erhu, een knievedel met twee snaren, een lange hals en een ronde, hexagonale of octagonale klankkast van hout. De bovenkant van de klankkast is meestal bedekt met de huid van een python of andere slang. Yan Jiemin speelde er een buitengewoon mooie solo op.

Ten slotte de kemençe, een klein Turks strijkinstrument dat vooral wordt gebruikt in Anatolië en de gebieden rondom de Zwarte Zee. Ook dit instrument heeft een prachtige klaaglijke klank.

Het Atlas Ensemble heeft een eigen website, waar meer informatie geluids- en videofragmenten te vinden zijn.
atlas ensemble
Het mooie van het ensemble is dat de geschreven stukken de niet-westerse instrumenten goed uit laten komen, vaak als solo, waardoor je tijdens het concert als het ware een klein wereldreisje maakt. Daarnaast is het samenspel met de westerse instrumenten fascinerend. Je luistert naar volkomen nieuwe muziek met een geheel eigen kleur. Er wordt ook op topniveau gespeeld.
Enkele niet westerse instrumenten sprongen er deze keer voor mij uit. Zo is er ten eerste de Armeense duduk, een heel oud instrument met dubbelriet. De klank is melancholiek en de speler krijgt bolle wangen als hij erop blaast.

Dan de Chinese erhu, een knievedel met twee snaren, een lange hals en een ronde, hexagonale of octagonale klankkast van hout. De bovenkant van de klankkast is meestal bedekt met de huid van een python of andere slang. Yan Jiemin speelde er een buitengewoon mooie solo op.

Ten slotte de kemençe, een klein Turks strijkinstrument dat vooral wordt gebruikt in Anatolië en de gebieden rondom de Zwarte Zee. Ook dit instrument heeft een prachtige klaaglijke klank.

Het Atlas Ensemble heeft een eigen website, waar meer informatie geluids- en videofragmenten te vinden zijn.
atlas ensemble
08 december 2006
Muziekjes
Ik heb zojuist ontdekt hoe ik muziekjes kan plaatsen.
Flamenco fusion heb ik geplaatst vanwege mijn flamenco cursus en mijn ontdekkingstocht door alle fusion vormen.
Scarlatti omdat die zijn hele leven in Spanje heeft gezeten en Spaanse muziek nu mijn bijzondere interesse heeft.
En de 6e inventie van Bach omdat ik de 10e die ik nu instudeer niet kon vinden. Maar de 6e is ook mooi en die speel ik nog regelmatig.
02 december 2006
Parool cadeau?
Meestal bellen ze vroeg in de avond, de verkopers en enquêteurs. E. moet er weinig van hebben, maar deze maal was er een aantrekkelijke aanbieding. Iemand deed hem zes weken het Parool cadeau. Wie dan? Dat kon de dame niet zeggen. Wat het geen proefabbonnement? Nee, dat was het niet. Nou goed, doet u maar. Materieel kwam het natuurlijk op hetzelfde neer en E. had het gevoel dat dat hij voor het lapje werd gehouden. Maar voor beiden maakte het verschil: zij wilde geen proefabbonnement aanbieden en hij wilde het niet accepteren. Langs de weg van het cadeau lukte het wel. De volgende avond belde een andere dame. Ze wilde even de gegevens voor het proefabbonnement controleren. Maar het was toch een cadeau? Nee, meneer, gewoon een proefabbonnement van zes weken. Nou, dat wil ik niet, dus schrapt u mij maar weer. Dat is goed, meneer, nog een prettige avond verder. Dus geen gratis Parool de komende weken. Overigens zat de zaterdagkrant er niet in, die moest je zelf kopen. Beetje zuinig cadeau dus.
24 november 2006
Don Giovanni en de Stenen Gast op het Beddenkerkhof
We waren voorbereid op Boe-roepers, maar niet op deze, drie stoelen verder, die zijn programmaboekje tot een scheepstoeter had gedraaid en niet van ophouden wist. Eerst begonnen de omstanders van de weeromstuit Bravo! te roepen, maar hij hield niet op. Toen de operagangers om hem heen zich tegen hem begonnen te keren hield hij op en liep hij boos weg. Wat bezielt zo iemand? Zijn het operaliefhebbers die zo vaak de stereotiepe versie hebben gezien dat geen enkele andere versie meer gewaardeerd kan worden? Maar dat gaat er volledig aan voorbij dat iedere opvoering in feite een nieuw werk is dat op zijn eigen merites beoordeeld moet worden. Zijn ze altijd en overal tegen 'eigentijdse' interpretaties? Maar dan hebben ze alleen oog voor de aankleding en niet voor de achterliggende gedachte.Het verhaal van de Don Juan en de Stenen Gast is een oerverhaal, een sage. Tirso de Molina verwerkte het in de 17e eeuw in een toneelstuk El Burlador de Sevilla y convidada de piedra. In het oerverhaal schopt een rijke heer op een kerkhof tegen een schedel met de woorden "Als er inderdaad een leven na de dood is, dan nodig ik deze dode uit op ons feestmaal.'' 's Avonds tijdens het diner wordt er aangebeld door een geraamte met een witte mantel. Het spook grijpt de heer, smijt hem dood en neemt de ziel van de ongelovige mee naar de hel.
Tirso de Molina baseerde zich ook op het historische verhaal van een rokkenjager die een commandant vermoordde nadat hij diens dochter had onteerd. Hij werd door monniken in een klooster gelokt waar hij werd gedood. De monniken vertelden aan het volk het verhaal dat in het klooster het standbeeld van de commendant stond en dat deze de boef naar de hel had gelokt.
De Stenen Gast figureert in de opera van Mozart en men zegt dat Mozart daarmee ook de geest van zijn vader heeft willen oproepen. Het is een indrukwekkend moment in de opera als de dode begint te spreken. Daar gaat de komische scene aan vooraf dat Leporello, de knecht van Don Giovanni, het standbeeld voor een feestmaal moet uitnodigen. In de versie die nu bij de Nederlandse Opera te zien is, ligt de vermoorde commandant de hele avond op zijn bed. Het is er niet minder indrukwekkend om, omdat het minder anoniem is dan een standbeeld.
Ik heb ik mijn leven niet zoveel versies van deze opera gezien dat ik vergelijkingen kan maken. Maar deze versie onder regie van Jossi Wieler en Sergio Morabito heeft in ieder geval een dramatische lading waarvan het de moeite waard is om die tot je door te laten dringen. Die bedden hebben een functie. Het is ook geen beddenpaleis, maar een kerkhof en een gevangenis tegelijk waar de spelers eerder in hun eigen frustraties dan in de wandaden van Don Giovanni zijn verstrikt.
Oja, er wordt prachtig gezongen. Daar gaat het toch ook om? Het geheel komt nog op de televisie en wat ook heel aardig is, is de website die in verband met deze Mozart Da Ponte triologie (Cosi fan tutte, Don Giovanni en Le nozze di Figaro) is gemaakt. Er staan hele aardige videofragmenten op die ook wel informatief zijn ten aanzien van de bedoelingen van de regisseurs. http://www.mozartdaponte.nl/
12 november 2006
Qawwali-flamenco


Qawwali is een vorm van soefizang door mannen uit Pakistan en Noord-India. Het woord komt van het Arabische qaul wat woord betekent. Oorspronkelijk werd de zang alleen in religieuze ceremonieën opgevoerd, maar inmiddels heeft deze ook de concertzaal en de Bollywood film bereikt. Qawwali dateert uit de 13e eeuw. Er is een solozanger die oude soefi gedichten zingt en een koor (van mannen) dat daarop reageert. De begeleiding bestaat uit harmonium (latere import), percussie (tabla) en handgeklap. Faiz Ali Faiz komt uit een familie die al generaties deze muziek maakt. Hij geldt als de muzikale opvolger van de legendarische Nusrat Ali Khan. Op de website van BBC-3 is informatie over hem te vinden en muziek van hem te beluisteren. http://www.bbc.co.uk/radio3/awards2005/profile_faizalifaiz.shtml
Van de flamenco uit Spanje is niet geheel zeker wat de oorsprong is. Duidelijk is wel dat er sprake is van een sterke zigeunerinvloed en volgens een geaccepteerde theorie kwamen de Spaanse zigeuners oorspronkelijk uit Punjab, een regio in Noordwest India. Maar er zijn ook Arabische invloeden. De gedachte dat qawwali en flamenco verwant zijn, is niet zo vreemd. Anderzijds is muziek geen statisch gegeven, dus een kloof van honderden jaren kan die verwantschap danig hebben aangetast.
Faiz Ali Faiz experimenteert al enige tijd met samenwerking met flamenco zangers. Ook met Duquende, een zigeunerzanger uit Barcelona, heeft hij eerder gezongen. Vrijdag traden ze samen op in het Muziekgebouw aan het IJ in het kader van de 1e Nederlandse flamenco biennale. Eerst traden de groepen gescheiden op. Ik moet zeggen dat je de verwantschap niet onmiddellijk hoort. De ritmes zijn wel verwant, maar de qawwali gaat anders met het ritme om. Dat kan heel snel van tel verspringen. Flamenco klinkt veel Arabischer. In de qawwali zang zitten typisch Indiase wendingen zoals het ineens naar een vreemde toon afzakken en ook het snelle zingen waarbij de zanger als het ware de tabla imiteert herkende ik. Spannend werd het toen de beide groepen op het toneel verschenen. In het begin was het meer een afwisseling, maar geleidelijk ontstond er chemie en kwam een soort fusion van flamenco en qawwali tot stand. Of het ingestudeerd was, weet ik niet. De indruk was in ieder geval van een soort ingestudeerde improvisatie.
Het is een trend: het samen optreden van muzikanten uit landen die een gemeenschappelijke muzikale achtergrond hebben. Ik vind het spannend. Een andere trend is het mengen met nieuwe popmuziek als house en hiphop. Ik heb er tijdens een lezing een voorbeeld van gehoord. Het spreekt me minder aan. Je kunt de evolutie van muziek weliswaar niet stilzetten maar tradities moeten ook niet geheel verloren gaan. Hier heb ik het gevoel dat flarden van eeuwenoude tradities uit verre landen voorbij komen. Dat zulke muziek volle zalen trekt is ook bemoedigend. Al moet er dan wel altijd een dansje bijkomen. Leuk om te zien, maar het had voor mij niet gehoeven.
22 oktober 2006
Steve Reich It's Gonna Rain
Dozen met CD's draaiden we deze zomer op reis door Slowakije en Polen. Daaronder een onderweg aangeschafte box met werken van Steve Reich. Carnegie Hall heeft in verband met zijn 70e verjaardag een prachtige website gemaakt met interactieve programma's, interviews en dergelijke. Ook is daar te horen zijn vroege werk (1965) It's Gonna rain. Het lijkt heel simpel, maar de taperecorder was heel belangrijk in het ontstaan van de minimal music. Reich had de woorden It's Gonna Rain op twee tapes opgenomen. Hij zette de twee tapes tegelijk aan en luisterde. Het wonderlijke was dat de tempi uit elkaar begonnen te lopen, waardoor het geluid steeds veranderde. Fasering heet dat. Later gebruikte hij hetzelfde principe voor een stuk voor twee piano's. Allemaal te horen op:http://www.carnegiehall.org/article/sound_insights/Reich/art_phasing_reich.html
11 oktober 2006
Foucault en de taxonomie der dieren van Borges

College wetenschapsfilosofie.
De docente behandelt Foucault, een belangrijke wetenschapsfilosoof voor de geesteswetenschappen.
Foucault introduceerde de term Episteme om parallelle ontwikkelingen in verschillende wetenschappen in een tijdvak te verklaren. Wil er sprake zijn van een Episteme, dan moet er een zekere ordening zijn waar te nemen.
De docente legt aan de hand van een voorbeeld van Foucault zelf uit wat daarmee wordt bedoeld. Dat doet ze wat onhandig, waardoor een student in de zaal zich niet kan inhouden.
Jorge Luis Borges beschrijft in El idioma analítico de John Wilkins een zekere Chinese encyclopedie waarin geschreven staat dat dieren kunnen worden verdeeld in:
a) die de Keizer toebehoren,
b) gebalsemde,
c) tamme,
d) speenvarkens,
e) sirenen,
f) fabeldieren,
g) loslopende honden,
h) die in deze indeling voorkomen,
i) die in het rond slaan als gekken,
j) ontelbare,
k) die met een fijn, kameelharen penseeltje getekend zijn,
l) et caetera,
m) die juist een kruik gebroken hebben,
n) die uit de verte op vliegen lijken.
Voor de liefhebbers volgt hier de tekst in het Spaans: a) pertenecientes al Emperador, b) embalsamados, c) amaestrados, d) lechones, e) sirenas, f) fabulosos, g) perros sueltos, h) incluidos en esta clasificación, i) que se agitan como locos, j) innumerables, k) dibujados con un pincel finísimo de camello, l) etcétera, m) que acaban de romper el jarrón, n) que de lejos parecen moscas.
Foucault geeft in zijn inleiding bij zijn boek Les Mots et les choses aan dat hij deze passage las, in lachen uitbarste en bedacht dat deze tekst de sporen draagt van onze manier van denken, waarmee we de wereld om ons heen in kaart proberen te brengen.
Terug naar de collegezaal. De tekst staat op een sheet en wij lezen mee. De bedoeling is te laten zien dat hier een verzameling begrippen staat zonder enig verband. Onze student, kennelijk zonder gevoel van humor, barst niet in lachten uit. Hij ontploft. Daar heeft hij Foucault niet voor nodig om te zien dat er geen verband in dit rijtje zit. De docente, beduusd, antwoordt dat hij de rest van het college dan maar moet afwachten om te beslissen of hij dat ook allemaal zelf had kunnen bedenken.
Ik zit tussen een generatie studenten waarvan sommigen aardig, nieuwsgierig en intelligent zijn. Maar een deel is zoals deze student: vooringenomen, eigenwijs, niet bereid ook maar een letter meer te lezen dan verplicht. Het meest stoort mij het gebrek aan nieuwsgierigheid.
01 oktober 2006
Cathe Berberian en Armenië

De discussie over genocide en de Armeniërs was voor mij aanleiding om de biografie van Cathy Berberian (Marie Christine Vila, Cathy Berberian, cant'actrice, Fayard, 2003) er nog eens bij te pakken. Gelukkig vond ik de foto van haar met Cage, toen ze haar diva-outfit met het witte haar nog niet had, want toen zag ze er als een kleine Armeense zangeres uit. Het volgende is mijn samenvatting uit de biografie. Ik wil geen oordeel geven over of hier sprake was van genocide en als ik dat woord gebruik, doe ik dat omdat ik anderen citeer, waaruit ook weer niet mag worden afgeleid dat mijn mening is dat het géén genocide was. De biografie begint met een citaat van Jean Kéhayan uit Libération van 27 juli 2001. Ik merk erbij op dat Kéhayan schrijver is (1944) en kind van Armeniers die de genocide ontsnapten. Op 24 april 1915 gaf Talaat Pacha, de Jong-Turkse Minister van Binnenlandse Zaken de aanzet tot de volkerenmoord door verzending van een telegram waarin stond dat de regering had besloten de in Turkije wonende Armeniërs uit te roeien. Duizenden politici en intellectuelen, beschuldigd van samenzwering tegen het Ottomaanse rijk, werden gearresteerd en ge-executeerd. Vrouwen, kinderen en oudere mensen werden gedeporteerd wat tot de dood van honderdduizenden Armeniërs heeft geleid. De moeder van Berberian, Heloïse Sudbeazian, woonde in Trébizonde aan de Zwarte Zee. De mannen van de familie werden vermoord. Haar moeder (dus Cathy's grootmoeder) overleed op de vlucht naar Istanbul (ik kom nog terug op de toedracht van haar dood). Het 8-jarige meisje werd met haar zusjes door de Turken meegenomen om als slaven in een Turkse familie terecht te komen. Dankzij het Rode Kruis wist ze jaren later te ontkomen en zo kwam ze op haar 15e bij haar Oom Joseph in de VS. De vader van Berberian, Yervant, is uit Bulgarije gevlucht en zo in de VS gekomen. Hij trouwt in 1923 met Heloïse, die inmiddels Louise heet en in 1925 wordt hun dochter Cathérine geboren. Cathy groeit op in een grote Armeense familie. Zo zijn er haar Bulgaarse ooms en een tante, de zusjes van Louise worden naar de VS gehaald en Joseph laat twee kinderen van zijn door de Turken vermoorde broer overkomen. Dan is er naaister Sona die geen familie meer heeft, maar die de enige band vormt van Louise met haar verleden. Sona was namelijk met de moeder van Louise naar Istanbul gevlucht. Ze vertrokken te voet. Onderweg kwamen ze in een Armeens huis dat leeg was. Op het fornuis stond nog soep te pruttelen. De moeder van Louise begon daar uitgehongerd van te eten en overleed ter plekke voor de ogen van Sona die niet at omdat ze dysenterie had. De Armeniërs die het huis hadden verlaten, hadden vergiftigd voedsel achtergelaten in de verwachting dat dat door Turken zou worden opgegeten.
In de Amerikaanse immigrantengemeenschap stonden Armeniërs laag op de ladder. Cathy werd geplaagd met haar naam en wilde niets liever dan Amerikaanse worden. Later als ze gaat zingen, zal ze de in haar jeugd geleerde Armeense volksliedes weer terugvinden.
(Foto: http://www.mvdaily.com/articles/2005/10/legacy3.htm)
Abonneren op:
Posts (Atom)


