Dit filmje geeft een goed beeld van de Cristo de los Gitanos
14 maart 2008
Saeta al Cristo de los Gitanos
Tijdens de Semana Santa (heilige week, de week voor Pasen) vinden in Spanje de traditionele processies plaats. De Gitanos hebben hun eigen Christusbeeld en zingen het toe met een saeta.
12 maart 2008
07 maart 2008
Jesus Blood Never Failed Me Yet
03 februari 2008
Manuel de Falla en de harpluit

Mijn scriptie over het operaatje El retablo de Maese Pedro (De Poppenkast van Meester Pedro) is af. Het stuk is gebaseerd op een hoofdstuk uit Don Quichot van Cervantes en Manuel de Falla heeft de muzikale sfeer van die tijd (rond 1600) willen oproepen. Dat deed hij door oude muziek te citeren, maar ook door zijn keuze van de instrumenten. Hij schreef onder meer een klavecimbel en een harpluit (arpa laud) voor. Die harpluit heeft me hoofdbrekens gekost. Die wordt eigenlijk altijd vervangen door een pedaalharp. Wat is nu een harpluit? Ik wist te achterhalen dat het instrument bij de première in de jaren 20 door Madame Casadesus werd bespeeld. Haar man was oprichter en directeur van de Société des Instrument Anciens in Parijs. Zij voerde eerder, in 1920, de voor gitaar geschreven Homenaje pour le Tombeau de Claude Debussy (1920) op een harpluit uit. Het instrument zal dus wel uit de collectie afkomstig zijn geweest. Die collectie is in Boston terechtgekomen, bij het Boston Symphony Orchestra. Hun website vermeldt echter niets over de collectie. Dus ben ik eerst maar eens in de bibliotheek gedoken. De harpluit blijkt helemaal niet zo oud. Hij ontstond in Engeland in het begin van de negentiende eeuw. In die tijd ging men thuis muziek maken, toen kwam de piano in zwang en kennelijk ook de gitaar en nieuwe meer hybride instrumenten die het midden houden tussen de lier, de harp en de gitaar. De harpluit is door E. Light rond 1810 in Engeland geïntroduceerd. Mijn probleem was dat de term ook wordt gebruikt voor de chromatische harp die Pleyel begin twintigste eeuw introduceerde. Dat is een harp met twee sets snaren die elkaar kruisen. Alle tonen zitten erop (ook de 'zwarte toetsen' van de piano), anders dan de pedaalharp waar je de pedaal moet gebruiken om de halve tonen te krijgen. Internet bracht uiteindelijk de oplossing. Ik vond een krantenknipsel uit The New York Times van 25 november 1917. De familie Casadesus toerde met de oude instrumenten door Amerika en gaf daar concerten. Mevrouw speelde de harpluit: 'being an invention of the late eighteenth century, intended to replace the guitar'. Het plaatje boven laat zo'n Engelse harpluit zien. Hij lijkt ook een beetje op de theorbe, dat is een barokluit met een aantal vrij zwevende snaren die dienen om de klank te verdiepen. Dat heeft de harpluit zo te zien ook. Zo creëert dit instrument toch een wat antieke sfeer. En daar was Manuel de Falla op uit.
19 januari 2008
Anne Wenzel: This is not a love song
16 januari 2008
Fernando Remacha (1898-1984)

De afgelopen weken ben ik druk bezig geweest met de muziekgeschiedenis van de twintigste eeuw. Veel Boulez en Stockhausen geluisterd. Onderdeel van het vak was dat een essay geschreven moest worden. Naar aanleiding van een college over de invloed van het Stalinisme en het Nazisme op de muziek, besloot ik uit te zoeken wat de Spaanse burgeroorlog en het Franco-regime voor effect had gehad. Dat leek me meteen een goede gelegenheid om kennis te maken met de generatie componisten van na Manuel de Falla. Daar liep ik tegen enkele aandoenlijke verhalen aan. Vandaag dat van Fernando Remacha. Ik las over zijn tragische lot en over zijn exil interior (interne ballingschap, wat wordt gebruikt voor kunstenaars die niet zijn gevlucht, maar ook geen werk meer maakten, zoals Hartmann in Duitsland). Met enige moeite diepte ik ten slotte de details op.
Voor de burgeroorlog (1936-1939)was er in Madrid een groep componisten die zich sterk betrokken voelde bij de (rechtmatig verkozen) republikeinse regering. Toen de nationalisten (Franco) de oorlog wonnen, vluchtte vrijwel iedereen naar het buitenland. Alleen Remacha bleef in Spanje. Hij was niet politiek aktief geweest, was zeer gelovig en had daarom misschien ook minder op met de antiklerikale republikeinen. Verder waren er wellicht ook persoonlijke omstandigheden: hij trok zich in het familiebedrijf terug. Componeren deed hij niet meer. Er zijn twee brieven uit 1949 en 1953 bekend aan zijn intieme vriend Bacarisse (ook componist uit de groep, maar gevlucht naar Frankrijk). In 1945 kreeg Bacarisse een functie bij de RTF (Radiodiffusion Télévision Française), die Spaanse uitzendingen verzorgde waar men in Spanje clandestien naar luisterde. Zo kon het gebeuren dat Remacha Bacarisse op de radio hoorde.In 1949 wist hij een pelgrim op weg naar Lourdes een brief voor hem mee te geven. Hij schreef over zijn liefde voor de muziek, zijn kinderen en het bedrijf van zijn inmiddels overleden vader waaraan hij zich zo verbonden voelde. In 1953 volgde een tweede brief nadat het Concertino para guitarra y orquesta van Bacarisse was uitgezonden. Remacha was onder de indruk van de formidabele interpretatie van Narciso Yepes. “Man, die sloeg Segovia knock-out.”
Uiteindelijk zou ook Remacha ook weer gaan componeren. Mogelijk was het horen van het concert van Bacarisse een stimulans. In 1954 componeerde hij een oratorium (Visperas de San Fermín) en in 1955 een concert voor gitaar en orkest. In 1957 kon hij zich toch weer met de muziek gaan bezighouden. Hij werd directeur van het conservatorium in Pamplona. Door deze hele geschiedenis is zijn oeuvre zo klein gebleven dat hij wel de conmponist zonder muziek wordt genoemd.
16 december 2007
Bijlmer Steelband kids
22 oktober 2007
Nogmaals Le Poème Electronique

Le Poème Electronique (1958) van Varèse is een van de eerste electronische muziekwerken. Varèse was al jaren op zoek naar nieuwe sonoriteiten. Toen Philips besloot voor de wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel een paviljoen te bouwen (architect Le Corbusier geassisteerd door de architect/componist Xenakis) en daarin een quadrafonisch geluidskunstwerk wilde vertonen, kreeg Varèse de kans enige tijd in Eindhoven te werken. Er is een film over gemaakt en het werk dat uit een combinatie van electronische muziek en op verschillende schermen geprojecteerde beelden bestaat, is enkele jaren geleden in een tentoonstelling in Basel vertoond. De film hieronder geeft een goed beeld, ook al is het een enkel scherm.
18 oktober 2007
17 oktober 2007
Scriabin: Vers la flamme
20 september 2007
Hitlers Wolfsschanze
14 september 2007
Los Torreznos: Spaanse spraakkunstenaars op de Biënnale in Venetië
Nog een andere video is te zien via de onderstaande link.
Het filmpje start vanzelf:
http://www.mae.es/bienalvenecia07/artista_en_torreznos.html
Meer informatie over de Biënnale en video's op de site van David Byrne, waar de bovendtaande video ook vandaan komt:
http://journal.davidbyrne.com/2007/07/7907-venice-bie.html
05 september 2007
Mahler: Das Lied von der Erde
Het studiejaar is weer begonnen. De muziekgeschiedenisklas is wat uitgedund tot 20 en we gaan nu van Mahler tot hedendaags in een half jaar. Ik heb een eerste scriptiebespreking gehad, heb keuzevak Spaans weer afgezegd omdat me dat iets voor beginners leek (stewardessencursus noemt E. dat) en ga Javaanse gamelan proberen te spelen.De eerste opdracht voor muziekgeschiedenis was de analyse van een lied uit Das Lied von der Erde, te weten Von der Jugend. Mahler heeft de tekst van Bethge, hij heeft er wel wat aan veranderd. Die tekst van Bethge is een geschiedenis op zich. Het is een parafrase van een Duitse vertaling, van weer een Franse vertaling van Chinese gedichten. Maar omdat die Franse vertaling niet zo best was, heeft het lang geduurd voordat men achterhaalde om welke gedichten het ging. Zo gaat het in het gedicht over een paviljoen van porselein. Dat moet zijn het paviljoen van de familie Tao (Tao betekent porselein maar is ook een familienaam).
Het gedicht gaat zo (ik geef mijn eigen vertaling erachter):
Mitten in dem kleinen Teiche - midden in een kleine vijver
Steht ein Pavillon aus gruenem - staat een paviljoen van groen
Und aus weissem Porzellan. - en wit porselein
Wie der Ruecken eines Tigers - als de rug van een tijger
Woelbt die Bruecke sich aus Jade - welft de brug van jade
Zu dem Pavillon hinueber. - naar het paviljoen
In dem Haeuschen sitzen Freunde, - in het huisje zitten vrienden
Schoen gekleidet, trinken, plaudern, - mooi gekleed, drinken, kletsen
Manche schreiben Verse nieder. - schrijven mooie verzen
Ihre seid'nen Aermel gleiten - hun zijden mouwen glijden
Rueckwaerts, ihre seid'nen Muetzen - naar achteren, hun zijden mutsen
Hocken lustig tief im Nacken. - zitten vrolijk diep in de nek
Auf des kleinen Teiches stiller - op het stille watervlak van de vijver
Wasserflaeche zeigt sich alles - is alles wonderlijk
Wunderlich im Spiegelbilde. - in spiegelbeeld te zien
Alles auf dem Kopfe stehend - alles op de kop staand
In dem Pavillon aus gruenem - in het paviljoen van groen
Und aus weissem Porzellan; - en van wit porselein
Wie ein Halbmond steht die Bruecke, - als een halve maan staat de brug
Umgekehrt der Bogen. Freunde, - een ongekeerde boog. Vrienden
Schoen gekleidet, trinken, plaudern. - mooi gekleed, drinken, kletsen.
De vraag is nu, wat doet de componist hiermee. Mahler schrijft muziek die op en neer gaat en die steeds spiegelbeeldig, symmetrisch is. Hij zet in het tweede deel niet de melodie op zijn kop, maar hij doet het in de instrumenten. Als we boven water zijn speelt een piccolo met de zanger mee. In de waterspiegeling zingt de tenor hetzelfde, maar nu zit er een fagot in de begeleiding. Hoog en laag, dus.
De waterspiegeling is ook heel mooi gedaan, de muziek vertraagt tot je het gevoel hebt dat er absolute bladstilte is en het water één grote spiegel.
02 september 2007
Halil Altindere: Koerdische zangers

29 augustus 2007
Dokumenta in Kassel
27 augustus 2007
Kurische Nehrung
Het is ooit Duits geweest en trekt veel Duitse toeristen, mede omdat in Nida (Duits: Nidden) zich het huis bevindt dat ooit van Thomas Mann is geweest. Nadat Mann de Nobelprijs had gekregen (1929) liet hij er een huis bouwen hoog op een duin met uitzicht op het haf, in de traditionele blauwe kleur van de visserhuizen daar. Twee zomers slechts kon hij er gebruik van maken (hij werkte er aan Jozef und seine Brüder). Toen kwam Hitler aan de macht en werd het geconfisceerd. Lithause intellectuelen wisten het te conserveren en nu is het een cultureel centrum en museum.01 augustus 2007
Mengelberg archief

Over Luis Bunuel (ja, de filmmaker) die de decors had verzorgd en daar erg trots op was (hij was toen nog niet beroemd) geen woord.

Maar die was de eerste avond ook vergeten voor het licht te zorgen. Je zag geen steek. Geen journalist die dat heeft opgemerkt. Misschien zijn die allemaal naar de tweede voorstelling geweest. Of Bunuel fantaseerde. Dat scheen hij wel vaker te doen. Misschien dat ze hem daarom bij deze foto ook eraf gesneden hebben. Want hij stond links. Mengelberg ook trouwens.
06 juli 2007
Manuel de Falla en het flamenco concours (1922)
Voor de cursus flamenco moest er ook nog een essay ingeleverd. Dat schreef ik over het Concurso de cante jondo (flamencozangconcours) in Granada in 1922, dat werd georganiseerd met medewerking van de componist Manuel de Falla, die vreesde dat deze zang aan het uitsterven was. Een leuk onderwerp, want er was nogal ruzie over in de pers. Sommige Spanjaarden hielden in die periode niet van stierengevechten en flamencozangers, dat gaf maar een verkeerd beeld van het land. Zoiets als dat Nederland wordt voorgesteld als een land vol boeren op klompen. Bovendien waren ze in Sevilla jaloers en er mochten alleen amateurzangers optreden wat bij de professionele zangers weer niet goed viel.Mooi is de karikatuur die Antonio López Sanchez maakte. Tijdens de wedstrijd op 14 juni 1922 viel er een flinke bui. De regen is op de tekening te zien. De echte liefhebbers bleven echter zitten en hielden een stoel boven hun hoofd als paraplu. Op het toneel zit Diego Bermúdez (‘El Tío Tenazas’). Na zijn eerste succesvolle optreden hebben zijn vrienden hem zoveel glaasjes manzanilla gevoerd, dat hij geen noot meer kon zingen. Men zegt dat hij helemaal van Puente Genil (provincie Cordoba, 60 mijl) is komen lopen, maar het is uitgezocht en het schijnt niet waar te zijn. Achter hem zit gitarist Ramón Montoya. Linksonder zit Pastora Pavón (‘La niña de los peines’). De man met de bril die met Tenazas praat is (klassiek) gitarist Andrès Segovia. Op de voorgrond met de hoed: schilder Zuloaga. De tweede rechts daarvan (met de magere nek) is Manuel de Falla. Achter hem grijpt Lorca naar zijn hoofd. Rechtsboven (met snor) is Miguel Céron, die het idee van het concours claimde.





