17 oktober 2005

Bijzondere voorstellingen: Tomoko één op één, Italianen die partituren verwerken als macaroni, schaken tijdens de opera

In het kader van de studie moet ik af en toe een essay schrijven. Onlangs woonde ik een discussie bij over hoe je meer publiek naar concerten van moderne muziek kunt krijgen. Er worden voorstellingen georganiseerd op plekken waar je die normaal niet verwacht zoals in de Turkse baden in Budapest (waar kennelijk ook danspartijen zijn, zodat de jeugd die plek kent) en in een niet conventionele setting, zoals op manier als de oude Grieken dat deden: met eten en drinken. Ik ging op zoek naar voorbeelden nu en in de geschiedenis.
De Volkskrant hielp me een handje. Tomoko Mukaiyama, een fantastische pianiste die het ongewone niet schuwt, gaf een concertserie één op één. Niet een manier om veel publiek te krijgen, maar wel om aandacht te trekken. Roland de Beer ging erheen en schreef het volgende:

Gevangen in een lichtspot staat in het midden één stoel. Een makkelijke stoel, dat wel. Is het vasthouden van een pen gepast? Een voordeel is dat er niet wordt gehoest. Een zaal waar nog ruimte over is, het is geen onbekend verschijnsel. Maar hier voert de pianiste de regie. Het licht verplaatst zich naar het podium. Mukaiyama komt op van de zijkant, buigt en speelt. Duizenden noten, waarvan de eerste binnenvallen als hagelstenen. Ze zijn van Frederic Rzewski: Down by the riverside. …
Naast verbluffing treedt hier iets merkwaardigers op. Afgunst. De wetenschap dat dit ook voor andere solo-luisteraars was. Want Mukaiyama heeft zoiets al eens eerder uitgehaald, in Haarlem, in Tokio. In een lift in Vredenburg. De ervaring van intimiteit is intens, tijdelijk en op een eigenaardige manier vals.
Ik klap. Tomoko buigt en loopt af. Ik klap zodat ze weer op moet komen. Ze komt op. Ik mompel bravo. Mukaiyama buigt.


Op zoek naar eet- en drinkpartijen gecombineerd met muziek kwam ik terecht bij Berlioz. Die beschrijft in Mijn leven 1803 – 1834 de gebruiken in de Italiaanse opera.

Ik trof een zaal vol mensen aan die hardop zaten te praten, met hun rug naar het toneel gekeerd; de zangers evenwel gebaarden en zongen zich om het hardst de longen uit het lijf, dat moest ik tenminste wel aannemen wanneer ik hen met wijdopen mond zag staan, want vanwege het lawaai dat door de toeschouwers werd gemaakt was het onmogelijk een ander geluid te horen dan dat van de Turkse trom. In de loges werd gespeeld, gesoupeerd enzovoort.

Berlioz schrijft deze houding toe aan het feit dat voor de Milanezen muziek betekent een goed gezongen aria, duet of terzet. Alles daarbuiten wekt hun afkeer of laat hen onverschillig. Misschien zijn dat vooroordelen, schrijft hij, en worden die veroorzaakt door het feit dat

… de zwakte van de uitvoerende ensembles, koren of orkesten, hun niet toestaat kennis te maken met de meesterwerken die liggen naast het gebaande pad in de tredmolen waarin zij al zo lang ronddraaien..

Maar misschien kunnen ze de genialiteit van een meesterwerk ook wel niet volgen of hebben ze er geen respect voor:

Muziek is voor de Italianen slechts een sensueel genot, niets anders. Ze hebben voor deze schone uiting van de geest nauwelijks meer respect dan voor de kookkunst. Ze willen partituren waarvan ze meteen, zonder na te denken, zonder er zelfs maar aandacht aan te besteden, de inhoud kunnen verwerken, net als van een bord macaroni.

Le Président De Brosses is beroemd vanwege zijn brieven uit Italië, in de 18e eeuw geschreven. Hij ging naar in Napels gedurende het seizoen iedere avond naar de opera en beschreef hoe dat ging. De theaters gaan open in november (of met Kerst dan wel Driekoningen) en weer dicht op Vastenavond. De rest van het jaar is er geen opera. Zodra de theaters open zijn, verzamelt men zich niet meer bij de prinses Borghese in Casa Bolognetti, maar in het theater. De opera duurt lang, van 8 á 9 uur tot middernacht. Iedereen heeft zijn gehuurde loge. Er zijn vier theaters open dus men heeft vier loges. Je doet er alof je thuis bent. En men gaat bij elkaar op bezoek:

Les dames tiennent, pour ainsi dire, leur conversazione dans leurs loges, óu les spectateurs de leur connaissance vont leur faire de petites visites.

De vraag is hoe de aandacht tussen de gasten en de opera wordt verdeeld. Welnu, het is niet gepast met aandacht te luisteren, behalve als het interessant is.

Le goût qu’ont ces gens-ci, pour le spectacle et la musique, paraît bien plus par leur assistence que par l’attention qu’ils y donnent.

Het is dus gewoon een feestje met levende muziek waar men niet naar luistert. Die muziek is soms ook niet interessant. Er zijn lange recitatieven. De Brosses speelt dan graag schaak. Dat is een uitkomst: het schaakspel helpt hem de recitatieven door en de muziek voorkomt dat hij al te gestaag blijft schaakspelen.

In de Opera Garnier in Parijs zijn en nog loges. Ik woonde vorig jaar een opera bij in zo’n loge op de 3e rij. Een rij is twee stoelen, dus er staan 6 stoelen. Achterin zit je niet best. Nog meer achterin staat een sofa. Halverwege de opera werd een man binnengelaten die slechts die sofa tot zijn beschikking had. Al snel viel hij in slaap. Hij snurkte tot het eind van de opera.

Eten en drinken tijdens de voorstelling lijkt mij de oplossing niet.